Koninklijke foto’s: terechte “specific obligation to monitor”
donderdag, november 1st, 2007Dat op de site van de vereniging van pedofielen Martijn foto’s van het Koninklijk huis zijn geplaatst is groot in het nieuws geweest. De actie van het Koninklijk huis is begrijpelijk, immers:
“(…) wordt het kind wiens foto op deze manier wordt verspreid, onder diegenen die dergelijke pagina’s (plegen te) bezoeken in verband gebracht met pedofiele wensen en gedragingen. Dit is een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van dat kind en van zijn ouders (…)”
Aldus de rechter in Amsterdam (LJN: BB6926) die vandaag (1/11/2007) uitspraak deed. In het nieuws was sprake van het weghalen van de foto’s van het publieke deel na sommatie en het vervolgens verschijnen van de foto’s op een besloten deel. Afhankelijk van de aard van beslotenheid (o.a. omvang van de groep) zou dit gebruik van de foto op internet toelaatbaar kunnen zijn. Een groepje pedofielen kan immers ook bij een van hen thuis of een andere besloten gelegenheid het Vorstenhuis doornemen zonder dat de RVD daar iets tegen kan ondernemen. Helaas kwam de rechter niet toe aan het formuleren van criteria waaronder op internet sprake is van beslotenheid. Gedaagde ontkende enerzijds een besloten gedeelte te hebben, anderzijds werd aangegeven dat 5 personen in de prullenbak konden (en dus bij de verwijderde foto’s). Het werd niet duidelijk of er een besloten deel op de site bestaat.
Interessant in deze uitspraak is de plicht (niet vanwege mogelijke auteursrechtschending, maar vanwege inbreuk persoonlijke levenssfeer) die de rechter formuleert voor beheerders van sites als onderhavige:
“Om die reden mag van gedaagde anders dan wellicht van eigenaren of beheerders van websites die door hun aard niet op dergelijk misbruik en onbedoeld gebruik bedacht behoeven te zijn worden verlangd dat zij bij het beheren van die website en van dat forum zodanige voorzieningen treft dat niet dankzij door haar geopende publicatiemogelijkheden personen, die de grenzen aan hun vrijheid van meningsuiting niet kennen, van die website gebruik kunnen maken om publicaties die inbreuken op de rechten van anderen opleveren te verspreiden.”
Een voorafgaande controle van geplaatst materiaal wordt door de beheerder als te zwaar gezien, waarop de rechter stelt:
“Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Het organisatorische onvermogen van gedaagde rechtvaardigt geen inbreuk op de rechten van anderen.”
Sommige nieuwsgroepen kennen ook moderators, en in dit geval lijkt me de opgelegde plicht terecht. Het gevaar bestaat wel dat, misschien ook door het Koninklijk huis, deze uitspraak misbruikt zal worden om discussies en plaatsen van informatie op minder welgevallige sites tegen te gaan.
Minder overtuigend vond ik de volgende overweging:
“Gedaagde dient zich ook ervan bewust te zijn dat op haar website gepubliceerde berichten en foto’s eenvoudig zijn te vermenigvuldigen en, buiten haar macht, verder kunnen worden verspreid door bezoekers met, mogelijk ook door gedaagde, niet gewenste bedoelingen.”
Voor het verveelvoudigen van overal op het internet aanwezige foto’s heb je deze site niet nodig. De site vervult wel een selectie-functie van op internet aanwezig materiaal, maar het enkele verder verspreiden op zich lijkt me niet iets waar het Koninklijk huis zich zorgen over maakt. Het gaat uiteraard om de associatie en de daarmee samenhangende hierboven al aangehaalde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
Al met al een interessante uitspraak die een mijns inziens terechte beperking stelt aan de vrijheid van meningsuiting (nl. “Dit verbod is (…) in een democratische samenleving noodzakelijk om de rechten van anderen dan gedaagde te beschermen”), die overigens naar mijn inschatting – op juridisch inhoudelijke gronden - niet door alle internetrechtjuristen zal worden onderschreven.