Netneutraliteit: belangrijk en ingewikkeld
dinsdag, juli 6th, 2010
Er zijn onderwerpen waar iedereen het over heeft en bijna niemand weet waar het precies over gaat. Netneutraliteit staat momenteel bijzonder in de belangstelling. Strijdkreten als “innovatie onmogelijk”, “censuur”, “einde van internet” vliegen over tafel. In 2004 bepaalde de Hoge Raad (XS4ALL vs. Ab.fab) dat een beheerder van een server verkeer van een derde mag tegenhouden als deze voor onevenredige belasting zorgt (de spam van Ab.fab).[1] Voor Alberdingk Thijm prevaleerde ‘geen boodschap aan de boodschap’, hij was dus voorstander van netneutraliteit: geen onderscheid naar afzender. Naast de bron van de informatie valt onder netneutraliteit ook het niet discrimineren naar inhoud of bestemming. Volgens Bits of Freedom gaat het in de kern over “de situaties en de mate waarin providers zich mogen inlaten met het internetverkeer van hun gebruikers.”[2] Gechargeerd komt de positie van BOF neer op die van absolutists: “(..) favouring absolutely no traffic management, or prioritization, thus leaving the Internet in a type of primordial Garden of Eden.”, een citaat afkomstig uit een prachtig, recent verschenen boek over netwerkneutraliteit.[3]
De iPhone van Apple is het ultieme voorbeeld van totale geslotenheid (dus geen neutraliteit). Ironisch genoeg is Apple ooit groot geworden door openheid. Toen de verkoop van de eerste Apple computers begin jaren tachtig om onduidelijke redenen stegen, bleek de oorzaak van de populariteit een niet door Apple ontwikkeld maar wel toegestaan (openheid) spreadsheet-programma.[4] Dat visies van ondernemingen 180 graden draaien komt bij internetrecht vaker voor. Yahoo zei ten tijde van de bekende Nazi-parafernalia zaak dat ze onmogelijk rekening konden houden met alle jurisdicties. Enkele jaren later gaven ze aan te filteren (discrimineren naar inhoud) in China, omdat ze immers rekening moesten houden met verschillende jurisdicties.[5]
Het demissionaire kabinet laat het innemen van een netneutraliteit-standpunt over aan het volgende kabinet. Transparantie wordt vooralsnog als voldoende gezien.[6] Providers dienen duidelijk te maken op welke wijze zij het internetverkeer ‘reguleren’. Dat is een goed begin. Toegang tot alle content, met de hoogste snelheid, tegen de laagste prijs zou prachtig zijn, maar niet realistisch. iPhone achtig internet is afschrikwekkend, maar ook niet realistisch. In ieder geval moeten communicatievrijheid, privacy en mededinging alsmede de conflicterende belangen van de content providers, netwerk providers en eindgebruikers zorgvuldig worden afgewogen. De kennis van internetjuristen is bij beantwoording van dit lastige vraagstuk onontbeerlijk.
Om op de hoogte te blijven van deze en andere internetrecht-onderwerpen is voor dit tijdschrift een conditio-sine-qua-non. De lezers zullen zich door de veel te late verschijningen de afgelopen periode hebben afgevraagd of ze wel bij blijven en niet nodeloos achterlopen. Dat laatste is zeker bij internetrecht een serieus probleem. Om die reden verheugt het mij te kunnen melden dat vanaf heden de productie soepel zal verlopen en de belangwekkende content zonder onderscheid des persoons, inhoud van de boodschap, ongeacht het type infrastructuur, tijdig wordt afgeleverd.
Arno R. Lodder
(Redactioneel Tijdschrift voor Internetrecht 2010/3)
[1] Hoge Raad 12 maart 2004 (XS4ALL/Ab.fab), Mediaforum 16(4):131-133, 2004, ook verschenen in Van Eijk/Dommering (red.), Jurisprudentie Media- en informatierecht 1976-2005, Ars Aequi.
[2] Bits of Freedom, Position paper netwerkneutraliteit, 5 januari 2010.
[3] C.T. Marsden (2010), Net Neutrality. Towards a co-regulatory solution. New York: Bloomsbury Academic, p. 28.
[4] Zie J. Zittrain, The future of internet and how to stop it, Yale University Press 2009.
[5] Zie J. Goldsmith & T. Wu, Who controls the internet, Oxford University Press 2008
[6] Brief minister van Economische Zaken van 15 maart 2010 (Netneutraliteit).