In de Volkskrant van 3 april 2010 schreef De ombudsman Thom Meens Het archief is heilig, zegt de rechter. De rechter is begrijpelijk terughoudend met het opschonen van archieven van kranten na klachten over onjuiste of anderszins voor een betrokkene bezwarende informatie. Een toewijzing van de eis zou een stroom aan verzoeken kunnen veroorzaken.
Enkele jaren terug was de eerste treffer in Google bij het intikken van een naam een ontslagzaak wegens porno kijken op het werk. De uitspraak was afkomstig uit Jurisprudentie Internetrecht uit 2003 en gescand door Google. De redacteuren van de uitsprakenbundel begrepen het probleem dat de man had, en hielpen om de content uit Google te krijgen. Dit is een goede illustratie van het verschil tussen een papieren boek (waar hooguit enkele honderden juristen de zaak van de man konden vinden) of het ontsluiten van deze informatie in een zoekmachine (waar iedereen die de man kent en zijn naam intikt van de zaak kan kennisnemen).
Hetzelfde geldt voor de ingezonden brief van 15 jaar geleden die nu opeens ontsloten wordt via internet. Een in de beslotenheid van een lokaal sufferdje in boosheid geschreven brief, kan opeens wereldwijd bekeken worden.
Tegenwoordig moeten geïnterviewden en brievenschrijvers, zich de impact van hun uitingen te realiseren. Voor deze woorden geldt door hun verschijning op internet: “Eens gegeven, blijft gegeven”. Moet dit onder alle omstandigheden zo zijn? De Raad voor de Journalistiek deed een jaar geleden een uitspraak waarbij pertinente en aantoonbare onjuistheden in krantenberichten niet gewijzigd werden in het archief. In dergelijke gevallen wordt mijns inziens een grens overschreden.
Er is een eenvoudige technische oplossing! In papieren kranten kan een rectificatie het oorspronkelijke bericht onmogelijk veranderen. In een elektronische versie kan dat wel. Je kan de tekst wijzigen en vanaf dat moment is dan alleen de gerectificeerde tekst te lezen. Er is echter een betere oplossing, namelijk één waarbij de integriteit van het archief behouden blijft. Door in een PDF-bestand een opmerking bij een te rectificeren passage op te nemen, of in een ander formaat de oorspronkelijke tekst door te strepen en te vervangen door de nieuwe.
Wat betreft ingezonden brieven zijn er andere complicaties. In de eerste plaats de redactieslag. Anderhalf jaar geleden kreeg een ingezonden stuk in NRC de kop Censuur erger dan kinderporno. Het is een aandachtstrekker, maar verwoordde geenszins de visie van de auteurs. Een auteur zal zich in een geredigeerd stuk niet altijd herkennen, maar de bijdrage is onder zijn naam wel gemakkelijk vindbaar. Zo schreef een collega dat een bepaalde maatregel niet paste in een democratische rechtsstaat (normatief oordeel over de inhoud), maar dit werd vanwege een onjuist citaat in een krantencolumn in een groot aantal media aangehaald als “niet democratische maatregel” (oordeel over de wijze van tot stand komen).
Een ander probleem is dat in een brief uitingen over anderen kunnen worden gedaan. Als op de naam van deze personen gezocht wordt, kan onjuiste informatie hoog op de trefferlijst komen. Niet iedereen is in staat om dergelijke informatie te relativeren. In die gevallen zou een rectificatie (of aanvulling) zoals boven aangegeven mogelijk moeten zijn.
Een alternatief is om de brievenrubriek niet de indexeren. Een eenvoudige ‘no robots.txt’-bestandje bij de brievenrubriek zou hiertoe volstaan, in ieder geval Google zou dan niet meer indexeren. Ingezonden brieven zijn over het algemeen minder genuanceerd dan normale berichten, dus is er wat voor te zeggen de krant wel te laten indexeren door zoekmachines en de brievenrubriek niet.
Het blijft een bijzonder lastig probleem, informatie op internet over jezelf, vooral als die door anderen erop geplaatst is. Definitieve oplossingen dienen zich nog niet aan, maar het leed kan door de zojuist voorgestelde maatregelen voor wat de krant betreft in ieder geval verzacht worden.
Arno R. Lodder
weryciky…
Alex Karras …