E-overheid moddert voort: elektronische inzage

Een overheidsinstantie die op grond van de Awb stukken ter inzage diende te leggen, wilde dit per se op papier doen. Het aanbieden van het document via een voor een ieder toegankelijke PC werd niet aangedurfd.

Mijns inziens kan aan een wettelijk plicht documenten te laten inzien altijd worden voldaan door ze via internet ter beschikking te stellen. In het al eerder op deze blog gememoreerde WOB & ICT rapport uit 2000 werd ervoor gepleit actieve openbaarmaking (al dan niet in reactie op een individueel verzoek) zoveel mogelijk via internet te laten verlopen. In die tijd was het aantal internetgebruikers in Nederland beduidend lager dan anno 2010. Hoewel inmiddels vrijwel iedereen over toegang tot internet beschikt, geldt nog altijd het beginsel van nevenschikking.[1] Dit houdt onder andere in dat een burger de mogelijkheid moet hebben om desgewenst informatie te verkrijgen langs niet-elektronische weg.

Waarom zou dan inzage via internet altijd moeten kunnen?

Klassieke inzage vindt plaats in bijvoorbeeld een gemeentehuis. Ieder gemeentehuis is uitgerust met computers met internettoegang, dus mocht een individuele burger niet over internet beschikken dan kan hij/zij altijd op de plaats waar traditioneel stukken fysiek ter inzage lagen deze elektronisch inzien. Hiermee is ook aan de ratio achter het beginsel van nevenschikking voldaan, nl. dat iemand die niet beschikt over elektronische middelen uitgesloten wordt van kennisname. Daar is hier immers geen sprake van.

Het is inmiddels al bijna 6 jaar geleden dat de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer werd ingevoerd (art. 2:13-17 Awb). In de Memorie van Toelichting bij deze wet was overigens al te lezen: “Wel is het denkbaar dat die fysieke terinzagelegging plaatsvindt doordat het mogelijk wordt gemaakt om op de daarvoor gebruikelijke plaatsen de betrokken documenten op een scherm te raadplegen en er desgevraagd een afdruk van te krijgen.”

Er zullen vast stukken zijn die zich minder of niet lenen voor elektronische inzage. In de meeste gevallen is er geen belemmering, waarbij ontsluiting via internet als bijkomend voordeel heeft dat je de informatie ter plekke (in bijv. een provinciehuis) in kan zien maar dit niet hoeft.

AR Lodder


[1] F. Kuitenbrouwer, ‘Schikken of verdringen’, in: AR Lodder & A. Oskamp, Caught in the Cyber Crime Act, Kluwer, 2009, p. 77-79.

One Response to “E-overheid moddert voort: elektronische inzage”

  1. kees zwinkels Says:

    De wetgever neemt in sommige wet al de verplichting tot duurzame opslag van digitale gegevens op. Dat is een waarborg om het recht op inzage (zie Wbp) daadwerkelijk inhoud te geven. Gemeenten hebben deze plicht reeds binnen de wettelijke basisregistraties.

    Zie de recente parlementaire discussie over de werkbaarheid van de Wbp : De rechten in de wet hebben weinig betekenis zonder verplichte praktische oplossingen.

Leave a Reply