Archive for januari, 2010

E-court.nl – enkele kanttekeningen bij een boeiend initiatief

woensdag, januari 20th, 2010

Tijdens een NVvIR FLITS-presentatie van Colin Rule in oktober 2009 werd de vraag gesteld waarom het online oplossen van geschillen in Nederland minder wordt toegepast dan elders. Zelf is Colin Rule directeur bij eBay/Paypal, waar meer dan 50 miljoen conflicten jaarlijks worden opgelost. Een voor de hand liggend antwoord is de geografische nabijheid van partijen. Nederland is een klein land dus het reisvoordeel bij online oplossen van nationale conflicten is minder groot. Een interessant antwoord was dat we in Nederland erg tevreden zijn met de rechterlijke macht en er daarom minder behoefte bestaat.

In januari 2010 is nu een internetrechtbank gestart, e-court.nl. Ik ondersteun dit initiatief van harte. In 2001 schreef ik met Robert van Kralingen in het voorwoord bij het dossier Online geschillen oplossing van Computerrecht: “Hoewel, zoals eerder gezegd, ODR nog in de kinderschoenen staat, verwachten we dat in de toekomst het praktische belang van ODR zal toenemen.” en in NJB 2004 “ODR heeft de toekomst”. Er zijn al succesvolle Nederlandse aanbieders zoals JURIPAX en het zou mooi zijn als ook het E-court initiatief veel aanloop krijgt. Er zijn nog wel wat oneffenheden die weggewerkt moeten worden.

Zo is bij de FAQ het antwoord ‘Ja’ op de vraag “Zijn jullie een echte rechtbank?”, waarbij dan nog wel de relativering volgt dat het een private rechtbank betreft. De woorden “rechtbank”, “rechter” en “vonnis” wekken wel verwarring, zoals Rob van Esch ook duidelijk verwoordt in zijn redactioneel bij het Tijdschrift voor Internetrecht 2010/1. Er zijn hierover op 12 januari door Gerkens ook Kamervragen gesteld, o.a.:

“Deelt u de mening dat het gebruik van de aanduidingen «rechtbank», «rechter» en «vonnis» voor verwarring kan zorgen bij burgers omdat zij kunnen menen dat het een met rechtspraak belaste overheidsinstantie betreft?”

Nog gevoeliger ligt mijns inziens een van de andere vragen:

“Acht u het wenselijk dat rechters zich als pseudorechter in laten huren?”

Je kunt je afvragen of het niet beter is om rechters enkel via het gerechtelijke college waarvan zij deel uitmaken te laten rechtspreken. Aan de andere kant, Frank Visser is kantonrechter in Zaandam en neemt vrije dagen op om als Rijdende rechter op te treden en de ‘omgekeerde’ situatie is misschien wel bedenkelijker: verschillende advocaten zijn deeltijdrechter. Hoe het zij, e-court kan een belangrijke bijdrage leveren aan “access to justice”. Of de oplossing van geschillen nu door de overheid wordt georganiseerd of door private partijen, het gaat erom dat dit goed en eerlijk gebeurt. Ik hoop dat e-court uitgebreid de kans krijgt dit aan te tonen.

Of het nu wel of niet een doorslaand succes wordt, er is al een echte fan gesignaleerd. Wim Arie van Z. stuurt aan grote groepen IT Recht specialisten een krantenknipsel uit de Financiele Telegraaf van 11 januari 2010.

Arno R. Lodder

Hyves profiel wel of niet besloten (smaad-zaken) of hoe groot is de digitale huiskamer

maandag, januari 11th, 2010

Volgens een arrest van het hof Den Bosch 12 oktober 2009, LJN: BK5777 (zie ook Edward Bruheim) is beslotenheid op internet mogelijk. Dit is een opmerkelijke uitspraak, omdat over het algemeen wordt aangenomen dat beslotenheid niet bestaat op internet. Zie ook JUREL-blog van zomer 2008):

“Ik kan me voorstellen dat een zorgvuldig beheerd besloten Hyves-profiel (met hooguit enkele tientallen ECHTE vrienden en kennissen) als besloten in de zin van art. 261 Sr zou kunnen worden gekwalificeerd. Een uiting op een verjaardag kan immers ook niet als smaad worden gezien. Het probleem met internet is dat vrijwel alle beslotenheid in beginsel bereikbaar is voor een ieder. Ook op een zorgvuldig onderhouden besloten Hyves-profiel kunnen “betrekkelijk willekeurige derden” zich melden, alleen al omdat iemand gemakkelijk op Hyves de identiteit van een ander kan aannemen.”

In de Bossche zaak noemde de verdachte zijn broer een oplichter en voor degenen die niet meer precies wisten hoe hij eruit zag was er een foto bijgezet. Dit alles op een besloten Hyves-pagina, in de woorden van de verdachte:

“Verdachte heeft verklaard dat slechts 10 à 12 personen – voornamelijk familieleden – de betreffende teksten en foto konden bekijken. Voor andere Hyves-gebruikers waren deze teksten en foto volgens hem niet zichtbaar.”

Op basis hiervan komt het hof tot de volgende conclusie:

“Het hof concludeert dan dat de verdachte de gewraakte berichten niet ter kennis heeft gebracht aan een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden, maar aan een beperkt aantal selecte personen.”.

Eerder kwamen rechters tot een ander oordeel en ook later, namelijk in een arrest van het Hof Leeuwarden 3 november 2009 (LJN: BK1897). Hier gaf de verdachte aan:

“Door en namens verdachte is in dit verband aangevoerd dat de betreffende Hyves-pagina (…) slechts toegankelijk was voor door verdachte toegelaten, circa 20 à 25, “Hyves-vrienden”. Volgens verdachte waren dit familieleden, vrienden en bevriende ex-collega’s.”

De bij smaad gebruikelijke huiskamer wordt ook hier weer van stal gehaald:

“Naar het oordeel van het hof kan de wijze waarop -en de aard van de bewoordingen waarin- verdachte haar gedachten via haar Hyves-pagina met een twintigtal anderen heeft gedeeld niet anders worden opgevat dan het welbewust en derhalve opzettelijk ruchtbaarheid geven aan die uitlatingen. Het betrof immers niet een beperkt aantal geadresseerden die -zoals de raadsman de vergelijking maakt- in de beslotenheid van de huiskamer vertrouwelijke informatie krijgt toevertrouwd.”

Zou er nu een grens getrokken worden waar een digitale huiskamer ophoudt? Is dat bij 10-12 personen, omdat dit aantal nog wel in een fysieke huiskamer te plaatsen is en het bij 20-25 lastiger wordt? Zelf denk ik dat het precieze aantal er niet veel toe doet, maar het gaat om de wijze van beheer van een profiel en de wijze van communiceren. Ik ben benieuwd wat de Hoge Raad beslist als in een van deze zaken gecasseerd wordt. Ik hoop genuanceerd en de mogelijkheid tot beslotenheid open latend.

Arno R. Lodder