I Got Dem Ol’ Cozzmoss Blues Again Mama! – over optimaliseren van de opbrengst van online publicatie van auteursrechtelijke werken

Vorige week vernam ik dat een collega bij terugkeer een ervaring had van de orde “hij maakte zijn kerstpakket open en onderin vond hij zijn ontslagbrief.”[1] Tussen zijn vakantiepost zat namelijk een schrijven van een IE advocaat met een schikkingsvoorstel van 1000 euro. Wat bleek, hij had om zijn standpunt te onderschrijven een linkje opgenomen naar een eerder in NRC gepubliceerde column. Gelijk heeft hij de link en content weggehaald. Moet hij nu toch de 1000 euro betalen, bestaande uit 300 euro advocatenkosten, 600 euro voor de auteur en nog 100 euro voor de administratie? Hij heeft immers zonder toestemming content uit het NRC archief op zijn site gezet. Lastiger dan bij virtuele diefstal is het echter om hier te bepalen wat er precies weggenomen is of in auteursrechtelijke termen: waaruit bestaat de schade van de auteur? Welnu, er zijn bedrijven, zoals Cozzmoss (zie ook Engelfriet en directeur Cozzmoss) die de helpende hand reiken. Hoe werkt dat?

Stel u bent journalist en publiceert in oude media (kranten, tijdschriften). Graag zou u wat extra inkomsten genereren via nieuwe media (internet). Voor een blog heeft u geen tijd, twitter vind u te veel gedoe. Dan leest u:

“Beschikt u over auteursrechtelijk beschermde teksten, dan bieden wij opmaat oplossingen om deze content te beschermen en te vercommercialiseren.”

Dat klinkt aantrekkelijk. U gaat er vanuit dat ze een oplossing op maat (‘opmaat’) bedoelen en niet het SDU pakket of een aanloop tot een oplossing. De oplossing bestaat er deels uit dat er gebruikslicenties worden verstrekt voor de content. Dat klinkt goed, hoe meer mensen legitiem en tegen betaling gebruik maken van al gepubliceerde stukken hoe beter. Daarnaast houdt het bedrijf zich bezig met “opsporen en opvolgen van auteursrechtschendingen”. Opvolgen? Uit aanvullende uitleg lijkt hiermee een soort civielrechtelijke variant van vervolging te worden bedoeld:

“opdracht tot het verwijderen van de content, het betalen van een schadevergoeding en indien nodig een gerechtelijke procedure”

Zoals hier boven bleek is de opvolging geslaagd. Maar nog niet duidelijk is wat de waarde is van een eerder gepubliceerde column. Daar heeft het bedrijf ook een oplossing voor. Ze biedt de content die ze beheert te koop aan (althans, licenties worden verstrekt voor databank en/of website-gebruik). Via een aparte dienst (uit de site blijkt dit niet direct, doorclicken naar tab diensten) is de betreffende column af te nemen voor 300 euro.

Stel nu dat de content nooit wordt afgenomen, dan is slechts sprake van aanbod en niet van vraag en lijkt me de content geen economische waarde te hebben. Als ik zakken lucht via internet te koop aanbiedt, is er lijkt me ook niet sprake van een dienst van de informatiemaatschappij (“normaal tegen vergoeding”, art. 3:15d BW). Hoe het zij, in de gegeven context is het schikkingsvoorstel inherent onredelijk. Het is uitgesloten dat de auteur enige schade heeft geleden door de tijdelijke link, bedoeld om in een wetenschappelijke discussie een argument kracht bij te zetten.
Lang geleden werd gesproken over dat het auteursrecht weg zou spoelen door het elektronisch vergiet. Acties als hierboven beschreven zijn bedoeld om het tij te keren, maar op een agressieve wijze goedwillende burgers lastig vallen lijkt me niet de hiertoe meest geëigende methode.


[1] Voor de zekerheid noem ik de bron: F. de Jonge, De openbaring, 1982.

Leave a Reply