Archive for augustus, 2009

I Got Dem Ol’ Cozzmoss Blues Again Mama! – over optimaliseren van de opbrengst van online publicatie van auteursrechtelijke werken

woensdag, augustus 12th, 2009

Vorige week vernam ik dat een collega bij terugkeer een ervaring had van de orde “hij maakte zijn kerstpakket open en onderin vond hij zijn ontslagbrief.”[1] Tussen zijn vakantiepost zat namelijk een schrijven van een IE advocaat met een schikkingsvoorstel van 1000 euro. Wat bleek, hij had om zijn standpunt te onderschrijven een linkje opgenomen naar een eerder in NRC gepubliceerde column. Gelijk heeft hij de link en content weggehaald. Moet hij nu toch de 1000 euro betalen, bestaande uit 300 euro advocatenkosten, 600 euro voor de auteur en nog 100 euro voor de administratie? Hij heeft immers zonder toestemming content uit het NRC archief op zijn site gezet. Lastiger dan bij virtuele diefstal is het echter om hier te bepalen wat er precies weggenomen is of in auteursrechtelijke termen: waaruit bestaat de schade van de auteur? Welnu, er zijn bedrijven, zoals Cozzmoss (zie ook Engelfriet en directeur Cozzmoss) die de helpende hand reiken. Hoe werkt dat?

Stel u bent journalist en publiceert in oude media (kranten, tijdschriften). Graag zou u wat extra inkomsten genereren via nieuwe media (internet). Voor een blog heeft u geen tijd, twitter vind u te veel gedoe. Dan leest u:

“Beschikt u over auteursrechtelijk beschermde teksten, dan bieden wij opmaat oplossingen om deze content te beschermen en te vercommercialiseren.”

Dat klinkt aantrekkelijk. U gaat er vanuit dat ze een oplossing op maat (‘opmaat’) bedoelen en niet het SDU pakket of een aanloop tot een oplossing. De oplossing bestaat er deels uit dat er gebruikslicenties worden verstrekt voor de content. Dat klinkt goed, hoe meer mensen legitiem en tegen betaling gebruik maken van al gepubliceerde stukken hoe beter. Daarnaast houdt het bedrijf zich bezig met “opsporen en opvolgen van auteursrechtschendingen”. Opvolgen? Uit aanvullende uitleg lijkt hiermee een soort civielrechtelijke variant van vervolging te worden bedoeld:

“opdracht tot het verwijderen van de content, het betalen van een schadevergoeding en indien nodig een gerechtelijke procedure”

Zoals hier boven bleek is de opvolging geslaagd. Maar nog niet duidelijk is wat de waarde is van een eerder gepubliceerde column. Daar heeft het bedrijf ook een oplossing voor. Ze biedt de content die ze beheert te koop aan (althans, licenties worden verstrekt voor databank en/of website-gebruik). Via een aparte dienst (uit de site blijkt dit niet direct, doorclicken naar tab diensten) is de betreffende column af te nemen voor 300 euro.

Stel nu dat de content nooit wordt afgenomen, dan is slechts sprake van aanbod en niet van vraag en lijkt me de content geen economische waarde te hebben. Als ik zakken lucht via internet te koop aanbiedt, is er lijkt me ook niet sprake van een dienst van de informatiemaatschappij (“normaal tegen vergoeding”, art. 3:15d BW). Hoe het zij, in de gegeven context is het schikkingsvoorstel inherent onredelijk. Het is uitgesloten dat de auteur enige schade heeft geleden door de tijdelijke link, bedoeld om in een wetenschappelijke discussie een argument kracht bij te zetten.
Lang geleden werd gesproken over dat het auteursrecht weg zou spoelen door het elektronisch vergiet. Acties als hierboven beschreven zijn bedoeld om het tij te keren, maar op een agressieve wijze goedwillende burgers lastig vallen lijkt me niet de hiertoe meest geëigende methode.


[1] Voor de zekerheid noem ik de bron: F. de Jonge, De openbaring, 1982.

Cicero en andere piraterij

woensdag, augustus 5th, 2009

De verkoopster van Broekmans & Van Poppel, gespecialiseerd in bladmuziek, vertelde me onlangs dat uitgeverijen koorpartijen niet meer in enkelvoudige exemplaren leveren. Zit wat in, welk koor bestaat er immers uit een enkel lid? Deed me denken aan de toneelvereniging Cicero, waar we een synoniem voor opzet aan te danken hebben dat het altijd goed doet bij niet-juristen: willens en wetens aanvaarden van de niet als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat…[1] Tegenwoordig zijn er hele toneelstukken gratis te downloaden, via allerhande sites. Aan het rijtje Napster, Kazaa, Gnutella, etc. kan The Pirate Bay worden toegevoegd. Er is in ruim 50 jaar veel veranderd. Van een amateur-toneelgezelschap dat meende dat de eis om 8 tekstboekjes aan te schaffen onterecht gesteld was, tot een geldmachine die miljoenen illegale down- en uploads faciliteerde (Ik ga er anders dan in auteursrechtland gebruikelijk vanuit dat downloaden ook illegaal kan zijn – “Is het niet toegestaan deze illegale CD te kopen? Oh, dan maak ik wel een legale kopie voor eigen gebruik”).

Er is nog veel onduidelijk over aansprakelijkheid op internet, 13 jaar na het eerste Scientology-vonnis. Net als in die zaak hebben aansprakelijkheidszaken op internet vaak te maken met auteursrechtinbreuken. En met de rol van de provider. Deze is niet aansprakelijk als aan een aantal voorwaarden is voldaan (art. 6:196c BW). Kan geen beroep worden gedaan op de uitsluitingsregel, dan is daarmee nog niet gezegd dat de provider wel aansprakelijk is. Met de komst van providers van ‘web 2.0’-diensten, is de aansprakelijkheid lastiger te bepalen. Is een actieve moderator altijd aansprakelijk? Hij zal in ieder geval niet een beroep op art. 6:196c BW kunnen doen. Soms is het eenvoudig om aansprakelijkheid vast te stellen, zoals wanneer een beheerder een discussieforum opent “waar kan ik illegale kopieën vinden” of “waar wonen pedofielen”. Een dergelijke site (stopkindersex.com) werd door Belgische providers gefilterd. Niet omdat het kinderpornofilter slecht werkte, maar omdat de site privacy-inbreuk maakt. In Nederland werd een vrouw veroordeeld omdat ze een link naar deze site had opgenomen. Dat leverde een onterechte verwerking van persoonsgegevens op. Het plaatsen van een link!

In dit officieuze themanummer worden niet alle vragen over aansprakelijkheid en internet beantwoord, maar we komen een heel eind: bovenop de actualiteit met Schermer’s artikel over The Pirate Bay en Voogd met haar annotatie over Trendylaarzen, verslag van de FLITS over aansprakelijkheid forumbeheerders en een opinie daarover, het tweede deel van het artikel van De Wit en niet te vergeten dit redactioneel.

Tot slot een huishoudelijke mededeling. Er bestonden al enkele interessante internetrechtelijke blogs, zoals van mr. Blog Engelfriet, het boeiende Engelstalige Futureofcopyright.com (om een jaren zeventig versie van het Engelse volkslied te citeren: “no future for you”), het onvolprezen Jurel.nl en niet te vergeten Zwenneblog. Nu heeft ook ons tijdschrift een blog: http://www.internetrechtonline.nl/blog/

De reacties worden zorgvuldig gemodereerd. We hebben immers een naam hoog te houden. Dat we ons hierdoor niet meer kunnen verschuilen achter art. 6:196c BW nemen we op de koop toe. We gaan er vanuit dat onze werkwijze geen ruimte voor aansprakelijkheidsclaims laat. En mocht dat wel zo zijn, er zitten gelukkig goede advocaten in de redactie.

Arno R. Lodder

(redactioneel TvI 2009/3)



[1] Hoge Raad 9 november 1954, NJ 1955, 55.