Dichter bij de juridische waarheid door dissenting opinions?

Op 19 juni 2009 hield Arend Soeteman zijn afscheidrede aan de Vrij Universiteit. Hij ziet graag juridische argumenten, zoals motiveringen bij rechterlijke uitspraken, gemodelleerd in deductieve logica. Immers, als de premissen waar zijn, dan is de conclusie waar. Deze garantie vanuit de logica is binnen het recht niet altijd van even grote waarde, omdat zeker in moeilijke gevallen (hard cases) de waarheid van de premissen niet vaststaat.

Volgens Soeteman is logica niettemin noodzakelijk, maar niet voldoende om juridische beslissingen te analyseren. Daar valt weinig op af te dingen, logica zet de argumentatie scherp neer, maar levert geen garantie voor juistheid. Dit komt omdat het recht zich karakteriseert door dialectiek, tegenstrijdige conclusies kunnen verdedigbaar zijn. Soms kunnen zelfs identieke argumenten leiden tot verschillende conclusies, zoals bij straftoemeting. Onder andere verwoordt door Bob Brouwer tijdens het JURIX-congres in 1994: het is uiteindelijk veelal willekeur of een veroordeelde bijvoorbeeld 7 of 8 jaar krijgt. Een verdachte zal echter niet graag horen dat hij veroordeeld is tot 8 jaar, maar het op basis van dezelfde motivering evengoed 7 jaar had kunnen zijn.

Dit is een punt waarom juristen het moeilijk hebben om hun werk naar buiten toe als wetenschap te presenteren, er kunnen vaak twee of meer verschillende duidingen van een juridisch probleem zijn. Juristen geven graag hun mening, wetenschap verlangt objectiviteit.

Het voorstel dat Soeteman doet in zijn afscheidsrede maakt de positie van juristen op dit punt niet direct sterker, maar is zeker nadere overweging waard. Soeteman stelt voor om rechters die binnen een rechterlijk college het niet eens zijn met een uitspraak in de gelegenheid te stellen hun tegenstrijdige opinie kenbaar te maken. Deze zogenaamde dissenting opinions zijn in verschillende rechtstelsels gebruikelijk, maar niet in Nederland. Volgens Soeteman zou rechtspraak niet aan gezag verliezen (“ze komen er zelf ook niet echt uit”), maar juist winnen (“er is oog voor meerdere gezichtspunten, in plaats van een enkele geconstrueerde”).

Soeteman geeft het voorbeeld van een recente uitspraak waar de wetsgeschiedenis als leidend werd gepresenteerd. Het is echter niet duidelijk of deze premise waar is en daaraan is geen nadere overweging gewijd. In een dissenting opinion zou de veranderende opvattingen in de samenleving naar voren kunnen worden gebracht om aan te geven dat wat indertijd als juist voorkwam (cf. wetsgeschiedenis), dat nu niet meer is. Deze afwijkende opinie zou dan nopen tot een nadere motivering waarom de wetsgeschiedenis toch de doorslag zou moeten geven (of noodzaken tot het naar voren brengen van andere argumenten).

Daarmee is dan de uitspraak op een dieper niveau gerechtvaardigd. Immers, de eerder niet nader gemotiveerde premise is nu van een ondersteunend argument voorzien. Ik zie de waarde van het resultaat in. Toch zou ik niet erg gelukkig worden (inderdaad, een mening) van bijvoorbeeld de opinie van de AG, een uitspraak van de Hoge Raad EN nog een of twee dissenting opinions. Liever zou ik in het uiteindelijke vonnis de dialectiek willen zien. Dus een goed gemotiveerd vonnis waarin alle binnen het rechterlijk college naar voren gebrachte argumenten tot uitdrukking komen. Maar wat nu als blijkt dat de meerderheid van een college deze - mogelijk de uiteindelijke beslissing ondermijnende - argumenten niet wil vermelden in de uitspraak… Tijd voor echte wetenschap: empirisch onderzoek naar het geheim van de raadkamer.

En, al jaren bepleit binnen IT en Recht onderzoek (door o.a. Bart Verheij), daarnaast argumentatieondersteuning bieden aan rechters via daarvoor speciaal ontwikkelde IT toepassingen. Bij voorkeur toepassingen die meer kunnen dan de in de openingszin gepropageerde deductieve logica, nl. de dialectiek in voor- en tegenargumenten weergeven.

Arno R. Lodder

Leave a Reply