Trendylaarzen vs. Internetoplichting: 4 weken, 2 tegenstrijdige vonnissen van Vzr. Amsterdam, allebei onjuist
zaterdag, maart 21st, 2009Ne bis in idem is geen adagium buiten het strafrecht, vandaar dat de Vzr. Amsterdam binnen 4 weken twee keer in dezelfde zaak uitspraak mocht doen. De omschrijving van het geschil in beide vonnissen is vrijwel identiek. Beide zaken gaan over internetoplichting.nl en betreffen aansprakelijkheid van een tussenpersoon voor – vermeend – onrechtmatige content. Zoals de naam van de site doet vermoeden, wordt de eiser in een minder positief daglicht gesteld op het forum Internetoplichting. Trendylaarzen kon in de herkansing na de verloren zaak van 12 februari, door een andere BV (2ehands in plaats van TTY) als gedaagde te kiezen. De bestuurder van beide BV’s is dezelfde: Million Monkeys BV.
Op 14 februari besliste de rechter dat Internetoplichting zich kan beroepen op art. 6:196c BW en niet aansprakelijk is. Dat klopte niet, omdat het forum met moderatoren werkt en er in dat geval dus bemoeienis met de content is die om voor art. 6:196c BW in aanmerking te komen juist moet ontbreken. Tot die conclusie kwam ook Nathalie Voogd (KvdL) in haar nog niet gepubliceerde noot bij het vonnis. Omdat de inkt van het nummer van het Tijdschrift voor Internetrecht nog niet was opgedroogd (ook dit periodiek verschijnt niet enkel elektronisch), kan zij voor het komende nummer eveneens de uitspraak van 14 maart meenemen.
Op 14 maart besliste de rechter dus anders. Terecht werd geconcludeerd dat art. 6:196c BW niet van toepassing kan zijn omdat de forumbeheerder actieve bemoeienis heeft met de content. Toch gaat ook hier de rechter mijns inziens in de fout. Vastgesteld moest worden of de beheerder van het forum Internetoplichting aansprakelijk kan worden gesteld. Gezien de betrachte zorgvuldigheid (o.a. kreeg Trendylaarzen binnen een uur na opening van de thread een kennisgeving hiervan, is er een stappenplan ontwikkeld waar meldingen van oplichtingen aan moeten voldoen zoals aangifte bij de politie, etc.) kan niet echt gesproken worden van onrechtmatig handelen. De rechter legt de lat te hoog door te bepalen dat Internetoplichting de feiten niet aannemelijk heeft weten te maken. Ook het aanbod om e-mail en IP-adressen te verstrekken vindt de rechter niet genoeg. Deze zouden wel eens niet kunnen kloppen!
De overweging dat misbruik van een dergelijke site gemaakt kan worden om een bedrijf te duperen is terecht. In dat geval lijkt me echter dat, zolang de forumbeheerder voldoende zorgvuldig is, de plaatsers van de berichten moeten worden aangepakt (met hulp van de beheerder) en niet de beheerder.
In het dictum van 12 maart is onder andere bepaald dat iedere negatieve mededeling over Trendylaarzen per gedeelte van een dag 2500 euro kost, maximaal oplopend tot 100.000 euro. Dat is wat te veel van het goede, en omdat er door iedereen content geplaatst kan worden een te groot bedrijfsrisico. Internetoplichting is dan ook voorlopig uit de lucht. Maar wellicht dat een derde uitspraak hier weer verandering in kan brengen. Nadat de eerste zaak een goede uitkomst had op verkeerde gronden (nl. art. 6:196c BW) en de tweede zaak een verkeerde uitkomst op goede gronden, zal in hoger beroep er mogelijk een juiste uitspraak volgen. Driemaal is immers scheepsrecht…
Arno R. Lodder