Archive for februari, 2009

Elektronisch bestuur? Moeizaam proces gesterkt door merkwaardige uitspraak Raad van State over elektronisch Wob-verzoek

vrijdag, februari 13th, 2009

De belastingaangifte kan al meer dan 10 jaar via internet worden gedaan. Sinds enige tijd zijn ondernemers zelfs verplicht elektronisch aangifte te doen. Bonnetjes en facturen moesten echter in papieren vorm beschikbaar blijven. Het is in mijn ogen vreemd om ondernemingen te verplichten aangifte elektronisch te doen, maar ze daarnaast in hun overige bedrijfsvoering tot papieren informatiestromen te dwingen. Vandaag hoorde ik op de radio dat vanaf maandag a.s. (16 februari 2009) de belastingdienst niet langer meer papieren bewijzen van facturen vereist. Elektronische facturen volstaan. Gelukkig is de onevenwichtigheid tussen papier en elektronisch nu hersteld.

Op een ander front is een zo mogelijk nog merkwaardiger situatie. Zoals bekend is op grond van de Awb het sinds de zomer van 2004 mogelijk om als bestuursorgaan aan te geven dat men elektronisch benaderd kan worden. Vanuit het beginsel van nevenschikking kan de burger niet gedwongen worden elektronisch te communiceren, iets wat ik verdedigbaar vind. Dat de overheid zelf anno 2004 nog de keuze had of ze elektronisch wilden communiceerden is in mijn ogen dubieus. Nu, bijna 5 jaar later, zou het toch standaard zo moeten zijn dat bestuursorganen elektronisch communiceren. Toch is dat niet zo. En de Raad van State deed begin december een opmerkelijke uitspraak in tegengestelde richting.

Een wob-verzoek kan al jaar en dag zowel mondeling als schriftelijk worden gedaan. In een advies aan het ministerie van Binnenlandse zaken, Wob & ICT (Bergfled, Kaspersen, Lodder), was onder meer te lezen dat niets zich tegen elektronische wob-verzoeken verzette. Dat was in 2000. In de praktijk werden toen al veelvuldig elektronische Wob-verzoeken gedaan. Nu was er, vele jaren later, iemand die via een webformulier om informatie verzocht. De Raad van State bepaalde dat een overheidsorgaan als ze een e-mail adres op hun site hebben staan of een webformulier, dat dit nog niet betekend dat ze ook elektronisch bereikbaar zijn, bijvoorbeeld voor een informatieverzoek. Expliciet moet worden aangegeven waarvoor je het betreffende overheidsorgaan elektronisch mag benaderen. Als er dus niet bij staat dat je een verzoek om informatie mag doen, dan mag dat niet. Het moet niet veel gekker worden. Om de belastingdienst te parafraseren: “Leuker kunnen we het niet maken, wel moeilijker”

Arno R. Lodder

Dodelijke humor? Sterfdatum.nl

dinsdag, februari 10th, 2009

Er bestaat een site waar je een naam en voornaam, geboortedatum en wat aanvullende gegevens (rokend, hoeveel alcohol, rechtshandig, etc.) kan invullen, waarna een programmaatje je sterfdatum berekent. De door mij ingevulde, gezondlevende dame van meer dan 100 jaar oud, was volgens de site al meer dan 20 jaar dood. Ze hadden zelfs een rouwadvertentie gevonden. Is dit grappig? Het is niet mijn soort humor. Doet de aanbieder van de dienst iets onrechtmatigs?

Er is wat ophef ontstaan nadat iemand na een ego-surf actie op Google geconfronteerd werd met een persoonlijke rouwadvertentie, waarbij een tellertje tot op de seconde nauwkeurig aangeeft hoe lang er nog te leven is. Ik kan me goed voorstellen dat een dergelijke advertentie, zeker als de context niet duidelijk is, nogal rauw op iemand zijn dak kan vallen. Vanuit internetrecht perspectief zijn er tenminste twee aspecten die nadere beschouwing verdienen.

In de eerste plaats, worden hier persoonsgegevens verwerkt? Daarvoor is nodig dat de informatie tot de persoon herleidbaar is. Op de site rondkijkend zijn er verschillende entries waarbij duidelijk is dat het om niet bestaande personen gaat, maar evident is dat er voornaam en achternaam combinaties zijn die te herleiden zijn, zeker in combinatie met de leeftijd op een bepaalde sterfdatum. Als mijn naam er zou staan met sterfdatum, dan kan ik deze laten verwijderen op grond van de verzetsmogelijkheid die de Wbp mij geeft. De vraag is in hoeverre de Wbp hiervoor bedoeld is. Ik weet het niet. Voor mijn gevoel niet echt.

Iets anders is de vraag naar onrechtmatigheid. Die vind ik zelf veel interessanter. Mensen kunnen het leuk vinden door een dergelijke site hun sterfdatum te laten berekenen, of dit als kado voor iemand zijn verjaardag te geven (nogmaals, mijn humor is het niet, maar er zijn ongetwijfeld genoeg andersdenkenden). In die zin voorziet de site in een behoefte. Het gaat pas verkeerd als mensen namen van anderen invoeren zonder dat de anderen hiervan weten of ze daarvan in kennis worden gesteld. Stel dat ik de namen van het complete kabinet invoer. De site berekent dan automatisch de sterfdatums en plaatst de rouwadvertenties. Wie is hier dan voor aan te spreken. Uiteraard de site, als beheerder van de informatie, die moet dit weghalen als er om verzocht wordt. Als de informatie tenminste evident onrechtmatig is. Is dat zo? Waarschijnlijk wel, de bedoeling mag ludiek zijn, het is de vraag of de ministers in kwestie de lol ervan in zien. Maar wie er onrechtmatig in de zin van art. 6:162 BW heeft gehandeld is eerder de invoerder van de informatie. Het doet in de verte denken aan peer-to-peer netwerken. Misbruikmogelijkheden zijn evident, maar degenen die verboden waar uitwisselen zijn zelf strafbaar. In de rechtspraak wordt dan lang niet altijd de aanbieder van het netwerk als strafwaardig gezien (dan wel als onrechtmatig handelend).

Arno R. Lodder