Archive for augustus, 2008

Digitale aangifte en gestolen fietsen: gouden koppel?

donderdag, augustus 28th, 2008

Zojuist stond de politie te verbaliseren bij de plaatselijke fietsenmaker. Die had een fiets op marktplaats.nl aangeboden. De oorspronkelijke eigenaar herkende deze en reisde helemaal uit Friesland naar Amsterdam af om met in zijn kielzog de Amsterdamse politie aangifte te doen. In het Burgerlijk Wetboek is in artikel 3:86 lid 3 BW te lezen dat de bestolene tot 3 jaar na de diefstal zijn eigendom op kan eisen. Pech voor de fietsenmaker dus, die strijkt niet de gevraagde 350 euro op. Maar hoe kwam hij aan de fiets?

Gekocht van …. de politie in Steenwijk! De fietsenmaker koopt bewust zijn fietsen niet bij de politie in Amsterdam omdat hij wil voorkomen dat kopers van hun fiets worden getrokken door oorspronkelijke eigenaars, een in Amsterdam inderdaad niet ongebruikelijk fenomeen. Maar het internet kent geen fysieke afstand, Marktplaats.nl is overal in Nederland te vinden.

De bestolene had digitale aangifte gedaan, maar blijkbaar waren de gegevens niet goed gekoppeld. De fiets had een jaar in een politiebureau gestaan en is daarna door de politie verkocht. Op http://www.fietsdiefstal.nl/ is te lezen:

“hoeveel teruggevonden fietsen zijn er nodig om je aangifte te laten doen?”

Tja, het aantal doet er niet zo toe (momenteel meer dan 1000 per week). Zolang na aangifte de gestolen fiets maar als zodanig wordt herkend.

De fietsenmaker was niet bereid de fiets aan de oorspronkelijke eigenaar mee te geven. Die had daar op zich recht op gezien bovengenoemd art. 3:86 BW. De oorspronkelijke eigenaar van de fiets kreeg een week de tijd om een en ander met de politie te regelen. Mocht de fiets na die week verkocht worden, dan kan de oorspronkelijke eigenaar niet meer bij die koper terecht. Die wordt nl. beschermd (als natuurlijke persoon die koopt bij professionele handelaar).

Ik ben benieuwd of de politie de fietsenmaker schadeloos stelt en voor welk bedrag. Waarschijnlijk het bedrag dat hij ervoor betaalde aan de politie. Redelijker zou zijn als de politie gewoon de koopprijs betaalt. En wellicht bijkomende kosten aan de bestolene, zoals zijn ritje naar Amsterdam.

Dit is een individueel geval, maar het onderstreept wel de geruchten dat er niks gebeurt met digitale aangiften. Terwijl juist door de digitale aangifte het gemakkelijker zou moeten zijn om waar dan ook in Nederland gesotelen fietsten te koppelen aan waar dan ook gevonden fietsen. Misschien een idee om gebruikers de mogelijkheid te geven om op basis van hun specificaties een zoekresultaat te geven uit de nationale database gestolen fietsen, met reguliere update. Om misbruik te voorkomen zal dan wel op een of andere wijze voor tot afgifte wordt overgegaan een uniek kenmerk moeten kunnen worden genoemd. Op termijn kan dan het aantal teruggevonden fietsen in belangrijke mate ook terugbezorgd worden, voordat deze op Marktplaats worden aangetroffen…

Arno R. Lodder

Als 49-jarige bijdragen aan het “doodpesten” van een 13-jarige. Manslaughter? Murder in the 1st or 2nd degree?

vrijdag, augustus 15th, 2008

Op myspace chatte een 13-jarige met een naar zij dacht 16-jarige jongen. In Nederland zijn er verschillende rechtszaken waarin mannen op leeftijd zich achter hun veilige anonieme computerscherm op sexuele wijze met jonge meisjes vermaakten (zie bijvoorbeeld Chat kinderporno). Zieke geesten zijn er overal. In Amerika was het geslacht dit keer vrouwelijk. De 16-jarige jongen bleek de 49-jarige buurvrouw:

“Op een zeker moment begon ze het pubermeisje met vervelende teksten te bestoken en stuurde de conversaties ook naar anderen door, wat tot kwaadaardige roddels leidde. Uiteindelijk zei Drew tegen de 13-jarige dat iedereen een hekel aan haar had en dat de wereld er zonder haar beter uit zou zien. Het meisje vertelde het hele verhaal aan haar moeder, die haar verder Myspace-gebruik verbood. Dat mondde uit in een ruzie tussen moeder en dochter waarop het meisje zichzelf van het leven beroofde.” (bron: Tweakersnet)

Het Amerikaanse openbaar ministerie dacht moord of doodslag niet te kunnen hardmaken en wil de vrouw voor hacking strafbaar stellen. De argumentatie is dat onder een valse identiteit inloggen schending van de gebruiksvoorwaarden van MySpace inhoudt. Dat is zeker het geval, maar voor hacking is dan tenminste noodzakelijk dat je inbreekt op iemand anders zijn account. Het is immers ook vrij lastig in te breken in je eigen huis. Ik gooi weliswaar mijn eigen glazen in als ik mijn voordeur-ruit breek, maar dat maakt mij nog geen inbreker (juridische finesses van diefstal met braak, huisvredebreuk, etc. laat ik voor wat het is). Net zo min kan iemand inbreken op zijn eigen account, ook al is die aangemaakt onder iemand anders naam. Zie hier voor een meer uitgebreide argumentatie vanuit het Amerikaanse recht, die gebruikt wordt in deze procedure om de rechter van de onzinnigheid van de eis te overtuigen.

De Amerikaanse strafbepalingen ken ik niet precies, maar onder Nederlands recht lijkt mij gezien de hierboven genoemde feiten dood door schuld (Manslaughter) toch vrij eenvoudig bewijsbaar. Het kan zijn dat het OM de strafmaat daarvan te laag vond, in Nederland enige tijd geleden opgekrikt van 9 maanden naar 2 jaar, maar nog altijd veel minder dan moord (1st degree) of doodslag (2nd degree).

In Nederland zou het leerstuk van voorwaardelijk kunnen worden gebruikt. Op het moment dat je een 13-jarige bestookt met vervelende teksten en met name haar toevoegt “dat iedereen een hekel aan haar had en dat de wereld er zonder haar beter uit zou zien.” lijk je toch willens en wetens de niet als ondenkbeeldig te verwaarlozen kans dat ze hier gevolg aan zal geven te nemen. Ik weet niet in hoeverre woorden in het strafrecht kunnen doden, maar anders kan uitlokking hulp bieden. Hiervoor is dan wel nodig dat het meisje niet zelf al plannen in die richting had, want de wil moet door de uitlokking zijn ontstaan.

Dit zo schrijvende merk ik dat er strafrechtelijk toch meer haken en ogen aan zitten dan op het eerste moment gedacht. Hoe het zij, hacking is volstrekt niet aan de orde en strafrechtgeleerden moeten zeker in staat zijn een passende bepaling te vinden op grond waarvan de vrouw/jongen haar verdiende straf krijgt. Naar ik begrijp is heeft het OM in de USA enkel hacking ten laste gelegd, dus zal ze haar straf waarschijnlijk ontlopen. Jammer.

Arno R. Lodder

Bestaat beslotenheid op internet? Niet op besloten Hyves volgens Rb. Assen 4 augustus 2008

dinsdag, augustus 5th, 2008

Vanmiddag (5 augustus) werd ik gebeld door een verslaggever van de Volkskrant over een zeer onlangs gewezen vonnis over smaad op internet. Zelf ben ik niet zo thuis in “internetsmaad” als bijvoorbeeld Tina van der Linden[1], maar behalve dat zij momenteel onbereikbaar is was de kwestie generiek van aard, nl. de vraag of beslotenheid op internet mogelijk is. In de Martijn-zaak

“(…) kwam de rechter niet toe aan het formuleren van criteria waaronder op internet sprake is van beslotenheid.”

Het is een boeiende vraag. De Rechtbank Assen heeft bepaald dat een besloten Hyves-profiel toch openbaar is (over openbaarheid gesproken, de uitspraak zelf is nog niet beschikbaar). In casu ging het om een vrouw die over haar ex op een besloten Hyves-profiel meldde dat ze het vervelend vond haar kind met deze pedofiel te moeten meegeven. Volgens de man werd hij sindsdien met de nek aangekeken en genoopt te verhuizen. Het is op zich verbazend dat dergelijke uitingen over een ex klakkeloos worden geloofd. Als iemand onbetrouwbaar is als het negatieve uitingen betreft, lijkt me dat wel iemand over zijn/haar ex.

Het fenomeen roddel en achterklap bestond natuurlijk al lang voor het internet. Maar het lijkt of alles op internet te vergelijken is met het schreeuwen van een zeepkist in een druk park (= openbaar), of zijn er ook stillere plekjes die lijken op een huiskamer of een wandeling met je vriend door het bos (= besloten)?

Wanneer je in een mailtje aan 5 vrienden vertelt dat je ex een pedofiel is, dan valt dit niet onder smaad (art. 261 Sr). Met “ruchtbaarheid geven” uit lid 1 van dit artikel wordt immers bedoeld “het ter kennis van het publiek brengen” (HR 22 januari 1965, NJ 1965, 131). Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

Bij openbare Hyves-profielen blijkt het etiket vrienden niet al te serieus genomen te hoeven worden, zoals ik in het openingsnummer van Tijdschrift voor Internetrecht 2008/1 opmerkte, zat een van de Hyves-vrienden van Balkenende eind vorig jaar vast wegens bedreiging van zijn vriend (lees: Balkenende) op internet.

Ik kan me voorstellen dat een zorgvuldig beheerd besloten Hyves-profiel (met hooguit enkele tientallen ECHTE vrienden en kennissen) als besloten in de zin van art. 261 Sr zou kunnen worden gekwalificeerd. Een uiting op een verjaardag kan immers ook niet als smaad worden gezien.

Het probleem met internet is dat vrijwel alle beslotenheid in beginsel bereikbaar is voor een ieder. Ook op een zorgvuldig onderhouden besloten Hyves-profiel kunnen “betrekkelijk willekeurige derden” zich melden, alleen al omdat iemand gemakkelijk op Hyves de identiteit van een ander kan aannemen.

Blijft eigenlijk alleen over individuele communicatie. Stel je bent aan het chatten met 10 ECHTE vrienden en zegt dat je ex een pedofiel is. Wat dan? Lastig, omdat ook hier geldt dat er onbedoeld een “betrekkelijk willekeurige derde” onder de 10 vrienden kan blijken te zitten.

Het lijkt me dat bij smaad je anders dan bij individuele communicatie zoals e-mail als partij bewijs moet leveren dat het bedoelde forum ECHT besloten was. Schuldig totdat je onschuld bewezen is. Het is niet anders. Spreek dus maar beter geen kwaad over anderen op internet.

Blijft over nog een ander punt. De aard van de uiting. Als er op een ‘besloten’ Hyves-profiel melding over een ex gedaan wordt, is het enkel voor degenen die van het bestaan van de voormalige relatie afwisten duidelijk wie er bedoeld wordt. Echter, behalve dat er veel informatie op internet over personen te vinden is en waarschijnlijk vrij snel achterhaald kan worden wie die ex is, is ook als dit niet mogelijk blijkt de kans niet uitgesloten dat er “betrekkelijk willekeurige derden” ook afweten van de voormalige relatie.

Zijn we monddood op internet en moeten we oppassen bij alle krabbels op Hyves en andere plekken? Niet echt. Het grondrecht “vrijheid van meningsuiting” laat betrekkelijk veel ruimte open, maar bij dergelijke persoonlijke uitingen als die over een ex kun je maar beter oppassen.

Arno R. Lodder


[1] Zie recentelijk haar bijdrage in het prachtige themanummer van Ars Aequi over Recht en Internet dat deze zomer verscheen alsmede het artikel “Bestrijd haatzaaien!” dat in Tijdschrift voor Internetrecht 2008/2 verscheen.