Elektronische rechtshandelingen?
Rechtshandelingen zijn zoals bekend vormvrij. Ze kunnen dus ook elektronisch worden verricht. De vraag is of dit ook mogelijk is indien de wet vormvereisten stelt, zoals schriftelijkheid. Voor overeenkomsten is deze vraag beantwoord in artikel 6:227a BW. Menno Weij en Arnoud Engelfriet gingen naar aanleiding van Rb Amsterdam 21 november 2007 (LJN: BC037) recentelijk in op de vraag of een ingebrekestelling (artikel 6:82 BW) elektronisch kan worden verricht. Een overigens interessante uitwisseling eindigt met Weij’s woorden:
“Omdat er naar mijn smaak niet veel verschil zit tussen enerzijds telegram (bestaat dit fenomeen trouwens nog?) telex en fax, en anderzijds e-mail. Ten tweede kunnen partijen naar mijn smaak contractueel anders bepalen (…)”
Hoewel twee keer een beroep op smaak wat veel is, kan niet ontkend worden dat al jaren fax2email diensten bestaan en overigens de fax vermoedelijk op termijn zal verdwijnen omdat een schriftelijk stuk ook eenvoudig gescand en ge-maild kan worden. Het had bovendien voor de hand gelegen om de gelijkschakeling tussen elektronisch en niet-elektronisch niet tot het sluiten van overeenkomsten te beperken zoals in artikel 6:227a BW en de daaraan ten grondslag liggende richtlijn 2000/31/EG inzake de elektronisch handel gebeurd is, maar in algemene zin rechtshandelingen, voorzover aan vormvoorschriften onderhevig, ook elektronisch toe te laten. In deze zin bijvoorbeeld de uit 1996 stammende UNCITRAL Model Law on Ecommerce:
“Article 6. Writing
(1) Where the law requires information to be in writing, that requirement is met by a data message if the information contained therein is accessible so as to be usable for subsequent reference.”
Toen ik in 2000 ondermeer over dit artikel 6 een presentatie hield voor een IT recht publiek vonden ze mijn verhaal best aardig (’Electronic contracts and signatures: national civil law in the EU will change drastically soon’), maar verschillende mensen gaven aan dat ze dit wel wisten en ik het vooral voor klassieke civilisten moest brengen. Die wisten het in 2004 ook nog niet, vgl. Engelfriet:
“In de Tekst en Commentaar (…) staat echter simpelweg dat “schriftelijk” mede omvat een fax, telex of e-mail. De vorige versie (uit 2004) noemt alleen fax en telex. Wat is er tussen 2004 en 2007 gebeurd dat men het zo vanzelfsprekend vond dat e-mail nu zonder verdere uitleg of bronvermelding bij dit rijtje mocht?”
Tussen de beide versies zijn echter in de zomer van 2004 de Wet elektronische handel (30 juni) en de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer (1 juli) aangenomen. De wetgever beperkt zich in de ook door Engelfiret aangehaalde toelichting echter uitdrukkelijk tot online contracteren. Blijft er dus toch onduidelijkheid over de ingebrekestelling? Daargelaten of de maatschappelijke ontwikkelingen of de al meer dan 10 jaar bestaande bepaling uit de Model Law niet op zichzelf al voldoende overtuigende argumenten vormen daartoe nog het volgende.
De wettelijke regeling van artikel 6:227a BW ziet op de situatie dat partijen elkaar niet altijd van te voren zullen kennen. Bij partijen die elkaar al kennen (zoals bij een ingebrekestelling) althans met elkaar verbonden zijn, zijn minder waarborgen noodzakelijk (voorzover de elektronische omgeving daar niet standaard meer in voorziet dan de niet-elektronische omgeving) en moet het dus zeker mogelijk zijn om deze rechtshandelingen elektronisch te verrichten als wettelijk schriftelijkheid wordt verlangd.
januari 14th, 2008 at 10:10
Ik ben er nog niet van overtuigd dat bij partijen die elkaar (contractueel) al kennen, minder waarborgen noodzakelijk zijn. Een ingebrekestelling is toch een formele stap, het is de laatste kans voor de wederpartij om na te komen. Daarvan wil je dan wel zeker weten dat het aankomt, in het belang van beide partijen. Zou het dan niet juist bij zo’n stap passend zijn om een papieren geschrift te eisen?
Menno Weij ziet dit als minder een probleem, omdat de bewijslast voor ontvangst van e-mail bij de zender komt te liggen (3:37 BW).
Arnoud
januari 14th, 2008 at 10:16
Ik zie schriftelijk niet als iets dat meer waarborgen zou geven. Vgl. de elektronische handtekening, die in juridische zin voldoende betrouwbaar wordt vermoed als er zeer veel meer waarborgen zijn als in de niet-elektronische wereld. Er is doorgaans een nogal overspannen zorg bij juristen voor de elektronische omgeiving.
Bij een niet-elektronische overeenkomst zou je wellicht een punt kunnen hebben, maar bij elektronisch aangegane overeenkomsten zie ik niet waarom opeens dan naar papier teruggeschakeld zou moeten worden. Overigens is er een tendens waarbij beide in elkaar schuiven, zoals bij de uitspraak waarin elektronische terhandstelling bij niet-elektronische overeenkomst toelaatbaar werd geacht.
januari 14th, 2008 at 10:37
Uw opmerking over overspannen zorg deed mij denken aan dit prachtige citaat:
“Het lijkt er welhaast op, alsof computertechnologie voor juridische problemen moet zorgen. Het is vooral in de juridische literatuur waar deze vraagstukken worden uitvergroot en geproblematiseerd. De rechtspraak heeft, zeker in de aanvang, veel minder moeite met vraagstukken omtrent nieuwe technologie.”
Pieter Kleve, Juridische iconen in het informatietijdperk, proefschrift EUR 2004.
Arnoud
januari 18th, 2008 at 13:50
Om praktische bedrijfsjuridische redenen lijkt me het zinvol dat het “schriftelijk” criterium niet wordt opgerekt en dat bijv. per email geen geldige ingebrekestellingen kunnen worden verzonden. Daar emails eerder de neiging hebben “zoek” te raken of niet beantwoord te worden (bijv. omdat iemand op vakantie is), geef ik er als (interim) bedrijfsjurist er de voorkeur aan dat een ingebrekestelling per (aangetekend het liefst; maar dat volgt niet uit de wet) schrijven te ontvangen.
Ik til zwaarder aan de potentiele negatieve gevolgen van het voor beide partijen ongewenst intreden van contractuele gevolgen aangaande wanprestatie (het opstarten van procedures, opeisbaarheid wettelijke rente, incassokosten, etcetera) dan aan het gemak van een bijv. een automatisch gegenereerde ingebrekestelling verzonden per email, incl. geldige elektronische handtekening en bewijsmiddelen van ontvangst van de email door de ontvanger.
Oplossing: expliciet opnemen in de overeenkomst of voorwaarden dat partijen onder schriftelijk niet verstaan verzending per email of langs andere elektronische weg.