Over voetballende robots, liefhebbende computers, een meedenkende browser en andere slimme computers (zoals computerrechtspraak)

Op nieuwjaarsdag 2008 was Radio Online, wat anders dan de naam doet vermoeden primair via de ether (Radio 1) wordt uitgezonden, gewijd aan slimme computers.
Te gast waren de hoogleraren informatica Van den Herik (UM/UL) en Van Harmelen (VU). Van den Herik interesseert zich in o.a. computers die liefhebben, goed spelletjes kunnen spelen (winnende strategie), auditen, euthanasiebeslissingen nemen. Over deze en andere onderwerpen begeleidde hij sinds 1992 41 (!) gepromoveerden en voor 2008 was zijn wens het afleveren van zoveel mogelijk promovendi, immers de toekomst van de wetenschap. Van Harmelen is een van de grondleggers van het slimme internet (Semantic Web) en probeert het vinden van informatie op internet te optimaliseren door -kortweg- kennis over de wereld aan browsers toe te voegen. Beiden zijn vooraanstaand, gedreven, enthousiast en in staat in eenvoudige bewoordingen over hun vakgebied te vertellen (Podcast: WMA of MP3).
Ik beperk mij wat betreft de inhoud van de onderhoudende discussie tot rechtspraak per computer. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen technische mogelijkheden en normatieve wenselijkheid. Van den Herik bepleit al sinds zijn Leidse oratie uit 1991 (Kunnen Computers rechtspreken?) dat dit - op termijn -mogelijk is. Van Harmelen vindt het niet wenselijk. Van den Herik gaf aan de hand van een aantal voorbeelden aan dat het stadium van wenselijkheid al gepasseerd is (geautomatiseerde verkeersboetes, bijstandsbeschikkingen). Niettemin wist Van Harmelen zijn standpunt mooi te onderbouwen met ondermeer een analogie over vliegtuigen en vogels. Ze vliegen allebei, maar doen dat heel anders. Van Harmelen wil rechtspraak graag iets van en door mensen laten blijven.
Ik ben het niet eens met Van Harmelen (als computers het KUNNEN, waarom niet?) en heb ook twijfels bij Van den Herik zijn stellige overtuiging (KAN het wel?).
Ter onderbouwing van mijn visie geef ik hieronder een bewerking van mijn R&EM-column ‘Computerrechtspraak?’ uit 2002 weer, maar niet dan nadat ik een ieder aangeraden heb bovengenoemde WMA/MP3 link van de uitzending te volgen.
Er wordt wel gezegd dat computers moeten rechtspreken in eenvoudige gevallen en dat de lastige gevallen aan mensen overgelaten moeten worden. In voorkomende gevallen zal de computer na invoer van de feiten met een juridisch verdedigbare uitspraak kunnen komen. Echter, hoe eenvoudig de oplossing ook moge zijn, voor er een beslissing kan worden genomen zullen - voorzover betwist - in de eerste plaats de feiten moeten worden vastgesteld aan de hand van de door partijen aangevoerde weergave hiervan. Vervolgens zullen de voor de beslissing relevante feiten moeten worden geselecteerd. De eerste stap (recontrueren casus) is problematisch voor een computer en vormt een wezenlijk onderdeel van rechtspreken. Ook de tweede stap (selectie van relevante feiten) is voor een computer niet eenvoudig. Dit laatste is alleen anders als de feiten zo zijn ingegeven dat ze ‘matchen’ met de voorwaarden van de in de computer opgenomen regels, omdat dan de feiten niet juridisch geclassificeerd hoeven worden.
Wanneer na de eerste twee stappen de computer tot een uitspraak komt, kan dit onmogelijk rechtspreken door de computer worden genoemd. Een essentieel onderdeel is immers door de menselijke invoerder (waarderen en selecteren van de feiten en waarschijnlijk ook classificeren) gedaan. Het ligt niet voor de hand dat deze taak, die van de invoerder, ooit geautomatiseerd zal worden. Dit veronderstelt immers dat een computer kan lezen, luisteren en ook nog kan begrijpen wat er gezegd en geschreven wordt. Een dergelijke technologische sprong voorwaarts is naar mijn inschatting nooit te verwachten.
Tenslotte de beslissing zelf. Juristen hebben een rechtsgevoel (vlg. intuitie bij schaken - dit raakt aan Van Harmelen’s punt, omdat de schaakcomputer ook zonder intuitie - zeer snel en slim mogelijke combinaties aflopen - beter dan de mens kan schaken. Anders dus dan wat mensen doen.) dat ze tijdens hun opleiding ontwikkelen. Voor de transparantie zou het goed zijn als dit gevoel geexpliciteerd wordt, maar dat gebeurt in wezen in een tweede stap. De op rechtsgevoel genomen beslissing (discovery) wordt vervolgens met argumenten onderbouwd (justification). Vooralsnog richten computers zich op de rechtvaardiging (justification) en de vraag is of discovery ook technisch mogelijk is (en, indien niet, of het wenselijk is dit stadium over te slaan).
Stel dat computers in de toekomst wel kunnen lezen en luisteren, creatief zijn en zelfs een rechtsgevoel hebben (ontwikkeld). Dan kunnen computers toch rechtspreken Zeker, dan is het mogelijk. Een rechtsprekende computer voegt dan echter niet iets toe (hij neemt nl. dezelfde beslissingen als een menselijke rechter gedaan zou hebben), behalve dat de werkdruk maximaal kan worden opgevoerd, computers worden nooit moe. Praktisch gezien is de rechtsprekende computer dan niets anders dan de robot die auto´s in elkaar zet. Theoretisch gezien zou dit betekenen dat het onderzoek naar kunstmatige intelligentie haar eindpunt heeft bereikt. Op het moment dat een computer precies dat kan doen wat een mens kan, in casu een rechter, is kunstmatige intelligentie gelijk geworden, in ieder geval qua resultaat, aan intelligentie. Ik denk niet dat het ooit zover komt, maar wil het niet per se uitsluiten. Mocht het ooit zover komen dan zullen computers en mensen inwisselbaar zijn geworden. In wezen is rechtspraak dus toch mensenwerk en kan een computer slechts echt rechtspreken als hij net een mens is die kan selecteren, waarderen, etc. Tot het zover is zal de mens de computer een handje moeten helpen en blijft de computer (niet meer dan) een nuttig hulpmiddel.

One Response to “Over voetballende robots, liefhebbende computers, een meedenkende browser en andere slimme computers (zoals computerrechtspraak)”

  1. Paul Huygen Says:

    Leuk artikel, en ik ben het er ook mee eens. Het probleem van rechtspreken is, dat er geen objectief criterium voor de kwaliteit ervan is, en de subjectieve waardering door mensen de enige maat is voor de kwaliteit ervan. Een computer kan dus alleen maar goed rechtspreken door zo goed mogelijk op een mens te lijken. Hij kan nooit beter rechtspreken dan een mens, zoals hij wel beter kan rekenen en schaken.

    Voor deeltaken van het rechtspreken, bijvoorbeeld het beoordelen van het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde delict heeft gepleegd, geldt dat niet. Er is een objectief criterium voor de kwaliteit van de uitvoering van die taak en er is geen fundamentele reden waarom een computer dat niet beter zou kunnen dan een mens.

    Ik vraag mij ook af, of het het eindpunt van het onderzoek naar kunstmatige intelligentie zou zijn, als computers precies hetzelfde kunnen doen als mensen. Er zijn toch intelligente taken waarvan de kwaliteit niet bepaald wordt door hoe andere mensen het zouden doen, en waarvoor computers gebouwd zouden kunnen worden die dat beter kunnen doen dan mensen? Een voorbeeld van zo een taak is onderhandelen. Als computers beter kunnen onderhandelen dan mensen, zijn ze wat dat betreft intelligenter dan mensen.

    Paul Huygen