Stemcomputers: rammelende wetgeving, worstelend ministerie en een rechtszaak 21 september 2007

Volgende week vrijdag (21 september 2007) dient om 12.00u in Amsterdam een zaak voor de bestuursrechter. Hierin wordt een verzoek om een voorlopige voorziening van de Stichting wijvertrouwenstemcomputersniet behandeld. Op hun site geeft de Stichting een goed gedocumenteerd overzicht van de procedure.

Het gaat om een goedkeuringsbesluit van de Minister van de stemmachines van Nedap. Op 30 oktober vorig jaar keurde de minister vlak voor de verkiezingen andere stemmachines, die van SDU, af. De dag daarna werd tijdens een FLITS-bijeenkomst onder andere gediscussierd over de vraag of een kort-geding waarvan de inzet was het niet laten doorgaan van de verkiezingen vanwege de ook niet betrouwbaar geachte Nedap machines doorgang moest vinden. In Paul Huygen zijn verslag van de bijeenkomst is te lezen:

“Het leek erop dat de aanwezigen, ook de leden van de stichting, vonden dat de dreiging van het korte geding al genoeg was, en zijn werk gedaan had. De minister is in beweging gekomen. Doorzetten van het korte geding zou alleen schadelijke onrust teweegkunnen brengen.”

Op 1 november besloot de Stichting het kort-geding af te blazen, maar staat nu dus alsnog voor de, in dit geval, bestuursrechter. Wat zal de rechter beslissen?

Voor ik daar een antwoord op geef nog even dit. Ik hou van vooruitgang en was blij toen ik eind jaren negentig in Maastricht elektronisch mijn stem mocht uitbrengen. Inmiddels woon ik al weer bijna 10 jaar in Amsterdam en moest lang wachten op de eerste “elektronische” verkiezingen aldaar, nl. tot 2006. De reden dat de Stichting zo laat (medio zomer 2006) in actie is gekomen heeft hiermee te maken. De stuwende kracht (Rop Gonggrijp) woont in Amsterdam en zag zich dus na jaren met potlood stemmen geconfronteerd met de komst van (gebrekkige, zie YouTube-filmpje) stemmachines. De angst voor nieuwe verkiezingsmiddelen is overigens niet nieuw. Tijdens de in NEMO door NWO georganiseerde Bessensap-bijeenkomst in mei 2007 hield een van mijn collega-sprekers een verhaal over de opkomst in Engeland van het stembiljet midden negentiende eeuw. Wat bleek? Er was meer dan 10 jaar discussie over of stembiljetten wel te vertrouwen waren, omdat de tot die tijd uitgebrachte mondelinge stemmen in de ogen van tegenstanders veel meer zekerheid gaven.

Terug naar nu. Uit de stukken blijkt de Stichting juridisch goed ingevoerd te zijn en op technisch vlak beschikken ze over uitstekende kennis. De Stichting heeft in deze zaak sterke argumenten en de weerlegging komt niet erg overtuigend over. Het lijkt haast of het niet anders kan of de Stichting zal door de rechter in het gelijk worden gesteld. De regelgeving over stemmachines (nog dit jaar wordt deze als het goed is aangepast) is echter zo achterhaald en krakkemikkig, dat deze de rechter mogelijk uitkomst biedt om in het voordeel van de minister te beslissen. Als de verleende goedkeuring deze rechtszaak doorstaat is daarmee overigens niet gezegd dat praktisch gezien er ook sprake is van stemmachines die goedkeuring verdienen. Laat ik afsluiten met een in het beroepschrift aangehaalde, zorgwekkende passage uit het rapport van de commissie Hermans (onderzoek naar stemmachines):

“Als de stichting ‘wij vertrouwen stemcomputers niet’ erachter komt wat het ministerie, de Kiesraad en TNO al tien jaar weten, namelijk dat deze software
[= uitslagberekeningsprogrammatuur, of feitelijk het gehele integraal stemsysteem] aan geen enkele test, keuring of goedkeuringsprocedure is onderworpen, antwoordt minister Nicolaï op 1 februari 2007 dat de stichting dit goed heeft gezien.”

Leave a Reply