Elektronische terhandstelling algemene voorwaarden ook mogelijk bij offline overeenkomsten volgens Haarlemse rechter
Tijdens colleges en discussies met collega’s kwam al meerdere keren de vraag naar voren of elektronische terhandstelling van algemene voorwaarden ook bij niet-elektronisch overeenkomsten mogelijk zou moeten zijn. De wet ziet hier nl. niet op, maar beperkt elektronische ter handstelling tot elektronisch contracteren. Op 29 augustus deed de Rechtbank Haarlem (sector Kanton, locatie Haarlem; LJN: BB2576) een interessante uitspraak.
Een mondelinge overeenkomst kwam tot stand na een offerte met de volgende bepaling:
“Op de dienstverlening zijn Algemene leveringsvoorwaarden van toepassing […]. Deze Algemene leveringsvoorwaarden vindt u op www.marijnontwerp.nl en worden u op verzoek onmiddellijk verstrekt.”
De overeengekomen werkzaamheden zijn vervolgens verricht. Bij de betaling ontstaat er onenigheid. Na wat op en neer gebel, geschrijf e.d. wordt de vordering in handen gegeven van een incassobureau. Eiser vordert vervolgens incassokosten en wettelijke rente en beroept zich daarbij op de algemene voorwaarden. Gedaagde verweert zich door te stellen dat de algemene voorwaarden niet ter hand zijn gesteld (en dus geen deel van de overeenkomst uitmaken).
Eiser stelt dat de algemene voorwaarden tezamen met de offerte waren toegezonden. Gedaagde ontkent dit. Gezien de hierboven aangehaalde zinsnede lijkt me dat gedaagde meer aanspraak kan doen op de waarheid. Wie zal immers aangeven in een offerte dat algemene voorwaarden op verzoek worden verstrekt als ze in dezelfde envelop (aangehecht!) al verstrekt zijn?
De rechter kan aan dit conflictpunt verder voorbijgaan want hij bepaalt dat:
“Het gebruik van het internet is in het huidige tijdsgewricht inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het op elektronische wijze beschikbaar stellen van algemene voorwaarden naar het oordeel van de kantonrechter gelijkwaardig geacht kan worden aan de feitelijke terhandstelling daarvan als genoemd in artikel 6:234 lid 1 sub BW.”
Prachtig hoe hiermee de elektronische terhandstelling over de grenzen van sub c naar sub a (want daar doelt de rechter op, “sub b” een slip of the pen) overloopt. En de constatering lijkt me, zeker in een professionele situatie, zondermeer terecht. De voorzichtigheid van de wetgever om bij de implementatie van de EU Richtlijn elektronische handel uit 2001 de elektronische ter hand stelling enkel te beperken tot elektronisch contracteren heeft hiermee een passend vervolg gekregen. Het is niet gezegd dat onder alle omstandigheden en in alle contractsverhoudingen (bijv. met consumenten, vgl. in dezen ook de bekende NTS/Netwise-uitspraak uit 2002) elektronische ter beschikkingstelling volstaat, maar naar ik verwacht in steeds meer gevallen.
P.S. Voor meer lezenswaardige onderwerpen over ondermeer algemene voorwaarden in een elektronische omgeving verwijs ik graag door naar www.ictrecht.nl van Steven Ras, die mij op bovenstaande uitspraak wees.