Archive for juni, 2007

Legitimiteit Postcodeloterij is twijfelachtig, maar niet vanwege privacy

dinsdag, juni 26th, 2007

De bewust niet aan de postcodeloterij deelnemende mevrouw wekt met het aanspannen van een rechtszaak in de eerste plaats vooral medelijden op. Een volstrekt kansloze zaak, van het kaliber van de rokers die beweerden dat zij in de jaren tachtig nog niet wisten dat roken schadelijk voor de gezondheid was. Op het tweede gezicht is er toch een punt te maken, maar deze kans blijkt gemist, zo zie ik in Rb. Amsterdam 20 juni 2007 (LJN: BA7530). Kortweg komt het erop neer dat de door de eiser aangevoerde gronden ontleend aan inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet van dien aard zijn dat de handelswijze van de postcodeloterij daarmee onrechtmatig is. Dit is ook niet zo’n sterk argument, dat het feit dat de festiviteiten plaatsvinden bij jou in de straat je privacy aantast en al helemaal niet dat de postcode een persoonsgegeven is (wat een postcode in de zin van de Wbp ook niet is, immers niet herleidbaar tot een natuurlijke persoon) die zonder toestemming wordt gebruikt. Dat laatste is ongeveer van het niveau om het verzenden van een e-mail als een inbreuk op een merk te zien, zoals XS4ALL ooit aanvoerde in de Ab.fab-zaak.

Wat de eiser ook aanvoert is fear-appeal, dat mensen meespelen omdat ze bang zijn om, eenvoudig gezegd, als sufferds te worden gezien als hun postcode in de prijzen valt. Dit nu maakt dat mijns inziens de handelswijze van de Postcodeloterij mogelijk in strijd met de Wet op de Kansspelen. In een groot aantal rechtszaken is bepaald en zo blijkt ook uit het nationale en Europese beleid dat gokverslaving moet worden voorkomen. Mede om die reden is voor het reclame-maken voor kansspelen een aparte vergunning nodig. Mijn wenkbrauwen fronzen bijzonder bij de steeds weer nieuwe uitnodigingen voor oh zo fijne avondjes in Holland Casino. Deze excessieve reclame kan mijns inziens niet gerechtvaardigd worden onder het motto dat hiermee mensen gewezen wordt op een gecontroleerde, niet-criminele gokomgeving. Dat kan ook minder frequent en op een minder opdringerige wijze. De Postcodeloterij maakt uitbundig reclame en mede door de gepersonaliseerde mailings met daarin de “voorkomt dat gij een sufferd wordt” melding overschrijdt zij wat mij betreft de grenzen van hetgeen met het nationale gokbeleid wordt beoogd. Zolang volstrekt bonafide aanbieders van gokdiensten vanuit Engeland (Ladbrokes) geen vergunning krijgen om hun diensten via internet aan te bieden en de rechters keer op keer deze merkwaardig genoeg binnen het privaatrecht gevoerde procedures (niet handhaving Wet op de Kansspelen, maar via onrechtmatige daad, meer in het bijzonder het ongeoorloofde voorsprong argument) in het voordeel van de Nederlandse aanbieders beslissen, lijkt me dat een mevrouw zoals in deze zaak recht op enige schadevergoeding toekomt. In ieder geval zou de Postcodeloterij op vingers getikt mogen worden.

Ik heb niets te verbergen, maar hecht wel aan mijn persoonlijke levenssfeer

maandag, juni 18th, 2007

In april 2007 vloog ik naar Liverpool en werd geconfronteerd met de aangescherpte handbagage-regels. Ik las de aanwijzingen slechts half en kwam vervolgens door de controle zonder mijn scheermesjes, tandpasta, deodorant en after-shave ingeleverd te hebben. Ook op de terugweg ben ik niet ingegaan op het verzoek bovengenoemde spullen in een plastic zakje te doen, maar zelfs de Engelse controle leverde geen problemen op. Ik weet niet zeker of ik het nog een keer zal wagen, want de controles zullen denk ik scherper/beter worden en om nu vlak voor een vlucht opgehouden te worden en mogelijk zelfs een boete te krijgen is niet iets waar ik direct op zit te wachten. Dit betekent wel dat ik een deel van mijn persoonlijke levensfeer niet meer voor mijzelf kan houden. Hier is de ter inperking van de privacy in het kader van de bestrijding van terrorisme gebruikte slogan “Ik heb niets te verbergen” van toepassing. Ik ben immers geenszins voornemens na een controle met mijn toiletspullen een bom in elkaar te zetten, wat de reden voor deze maatregel is.

Dat mijn medepassagiers en anderen mijn tandpasta, etc. zien, is op zich niet schadelijk voor mij maar zie ik wel als een onnodige inperking van mijn privacy. Ik schijn daar redelijk alleen in te staan. Vandaag had een collega het nog over meer dan 90% van de Nederlanders die wel wat privacy wilden inleveren om terrorisme tegen te gaan. Het is daarbij nog de vraag in hoeverre een maatregel als bovengenoemd nu echt veel effect sorteert, zeker in het licht van de nadelen die het heeft voor passagiers (gedoe) en de controleurs (meer werk). Een andere vergaande maatregel op dit vlak is de algemene identificatieplicht. In de jaren tachtig nog tegengehouden wegens associaties met de oorlog (“Ausweis bitte”), nu op de golven van terrorismebestrijding eenvoudig door het parlement geloodst. Ik voldoe hier meestal aan, omdat mijn portemonnee een goede plek voor mijn rijbewijs is. Toch voel ik mij niet prettig als ik ’s winters naar de ijsbaan fiets met alleen mijn schaatsen bij me, zeker als mijn licht het niet doet. Immers, bij aanhouding mag ik mee naar het bureau. Nu is het niet zo dat ik graag anoniem door het leven ga en liefst alles voor mijzelf houd, maar ik vind de ontwikkeling tot steeds meer inperking van de privacy wat ver doorgeschoten.

Er is overigens ook een tegengestelde ontwikkeling. De meest bezochte site op het internet is niet Google, maar MyWorld.com, een site waar mensen liefst zo veel mogelijk informatie over zichzelf prijsgeven. Interessante vraag is of het op internet zetten van persoonlijke informatie betekent dat iedereen (bedrijven, overheid) er alles (bijv. data mining) mee mag doen. Een boeiende ontwikkeling, die het concept privacy weer in een heel ander daglicht stelt.