Onderstaand arrest is tot stand gekomen op basis van stukken tekst uit uitwerkingen van 30 studenten van Actualiteiten Internetrecht 2011. Als het goed is wordt in oktober duidelijk in hoeverre onderstaande overeenstemt (en uitstijgt boven) met het daadwerkelijke arrest.
Uitspraak
16 september 2011
Strafkamer
nr. 0123456789
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 november 2009 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].
1. Het geding in feitelijke instanties
Het Hof heeft in hoger beroep de verdachte bij het arrest van 10 november 2009 wegens “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot één maand voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 160 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen hechtenis.
2. Het geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door een van de verdachten. Namens deze heeft mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1 Het gaat in deze zaak om de reikwijdte van art. 310 Sr, en dan met name om de vraag of een virtueel object zoals een amulet of een masker uit het spel RuneScape gekwalificeerd kan worden als goed, zoals bedoelt in dit artikel.
3.2 De bits en bytes waar het virtuele object uit bestaat is informatie waar een computer een weergave van kan maken. Het standpunt dat een virtueel object bestaat uit bits en bytes en een illusie is, kan niet het oordeel dragen dat een virtueel object niet onderhavig zou kunnen zijn aan diefstal. Dit mede bezien in het licht van de virtuele realiteit die is ontstaan.
Een virtueel object heeft geen zelfstandig bestaan, zonder hard- en software is het niet meer dan betekenisloze informatie. Hiernaast kunnen de virtuele objecten niet bestaan buiten de spelomgeving van het betreffende online platform, aangezien virtuele objecten tussen verschillende MMORPG spelwerelden niet uitwisselbaar zijn.
Een goed hoeft niet stoffelijk te zijn, maar wel waarneembaar wil het onder de werkingssfeer van artikel 310 Sr vallen. Het hof heeft terecht opgemerkt dat dit laatste het geval is bij een virtueel object.
3.3 RuneScape is een virtuele wereld die wordt gecreëerd door Jagex Ltd. Deze aanbieder zet de lijnen uit waarbinnen de deelnemers kunnen opereren. De regulering van RuneScape bestaat in eerste instantie dus uit de door de aanbieder aangegeven kaders. Los van deze spelvoorwaarden dienen de spelers zich ook aan de normale gedragsregels en sociale regels te houden. Het gaat hier om een interne regulering onderling.
De grenzen van het virtuele bestaan en het werkelijke bestaan vervagen. Het is aan aanbieders van een spel om hun virtuele wereld eerst zelf te reguleren. Het is belangrijk dat elke online gemeenschap zijn eigen spelregels en algemene voorwaarden handhaaft, dit houdt echter niet in dat het recht van de reële wereld niet geldt. Dat neemt niet weg dat het noodzakelijk kan zijn om wettelijke normen toe te passen. Door overschrijding van de spelregels van de virtuele wereld en hierdoor strafbare feiten uit de fysieke wereld te plegen is externe regulering noodzakelijk.
Hierbij moet vooropgesteld worden dat er een verschil bestaat tussen de virtuele realiteit van het spel RuneScape, waarbinnen spelers hun avatar op verschillende manieren kunnen verrijken, en de werkelijkheid. Voor zover de handelingen van de gebruikers binnen de context van het spel blijven (in game), worden deze handelingen gereguleerd door het regime dat Jagex Ltd. in het leven geroepen heeft. Dit geldt zowel voor de handelingen die in het spel legaal zijn, als voor de handelingen die in het spel wel mogelijk, maar niet toegestaan zijn onder de voorwaarden van Jagex Ltd. Het is juist voor deze categorie handelingen dat in het spel zelf de mogelijkheid bestaat om misbruik en/of vals spel aan te geven bij de aanbieder van het spel.
3.4 In het onderhavige geval gaat het echter om feitelijke handelingen buiten de spelcontext om, waardoor een virtuele wereld wordt beïnvloed. Bij JagexLtd, de eigenaar van het spel, kan onmogelijk het vermoeden bestaan dat er zich strafbare feiten afspelen of hebben afgespeeld. De diefstal van de virtuele objecten heeft buiten de spelcontext plaatsgevonden wat de gehele situatie in een strafrechtelijk kader plaatst en niet in de weg staat aan de redelijke wetsuitleg.
Wanneer de diefstal zich online (binnen de spelcontext) had afgespeeld, dan had ingrijpen door de aanbieder volstaan. De aanbieder zou dan als een soort scheidsrechter de diefstal kunnen herstellen. De situatie zou dan intern opgelost kunnen worden. Echter, aangezien het toegepaste geweld als verzwarende omstandigheid kan worden gezien, ligt de onderhevige zaak geheel in een strafrechtelijk kader.
3.5 Virtuele objecten zijn niet hetzelfde als computergegevens, hoewel ze er in beginsel wel uit voortvloeien. Er ontstaat een virtueel object met bepaalde functionaliteiten waarover de spelers kunnen beschikken (en verkopen). In het Elektriciteitsarrest (HR 23-05-1921, NJ 1921, 564) is overwogen dat energie slechts kan worden vastgesteld indien het in verbinding komt met een lichamelijke zaak. Datzelfde geldt in principe voor computergegevens. De cijferreeks op zich valt niet aan te merken als een goed als bedoeld in artikel 310 Sr. Zodra het echter vertaald wordt in een virtueel object met functionaliteit, verandert dit. Door het Elektriciteitsarrest is een rechtsontwikkeling in gang gezet waardoor het bestanddeel ‘goed’ een meer functionele interpretatie heeft gekregen, waarbij verschillende technologische en maatschappelijk ontwikkelingen van dit fenomeen, in de uitleg en toepassing van diverse bestanddelen dienen te worden meegenomen.
Het Hof heeft blijk gegeven van een juiste rechtsopvatting bij zijn oordeel omtrent de kwalificatie van virtuele objecten als ‘goederen’ in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Het door aangever in de virtuele wereld van het spel RuneScape verworven amulet en masker kunnen, ondanks het feit dat het geen stoffelijke dan wel tastbare objecten zijn, worden beschouwd als goederen in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Reeds sedert het elektriciteitsarrest is niet het stoffelijke karakter, maar de objectieve -dan wel intersubjectieve- waardebepaling van doorslaggevend belang voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een goed. In de onderhavige zaak heeft het Hof voldoende gemotiveerd gesteld dat het virtuele amulet en het masker vanwege de waarde ervan voor de spelers van het spel zijn te beschouwen als goederen. Bovendien hebben de virtuele objecten een zelfstandig bestaan en kunnen ze door de spelers worden overgebracht van de ene naar de andere account.
Nu een virtueel goed een zelfstandig bestaan heeft, een economische waarde vertegenwoordigt, overdraagbaar en individualiseerbaar is, brengt, gezien de groeiende rol en functie van virtuele goederen in de samenleving, een redelijke wetsuitleg met zich mee dat virtuele goederen als voor diefstal vatbare goederen moeten worden aangemerkt.
Het voorgaande in overweging genomen kan worden geconcludeerd dat het virtuele masker en het amulet in het licht van voorgaande jurisprudentie van de Hoge Raad als individualiseerbaar goed kan worden gekwalificeerd.
3.6 Daarnaast kan er volgens eiser geen sprake zijn van ‘toebehoren’ in de zin van artikel 310 Sr omdat de spelers van Runescape slechts een gebruiksrecht hebben. Alles wat zich binnen de virtuele wereld bevindt behoort toe en blijft toebehoren aan de makers van het spel, zoals ook is opgenomen in de Terms and Conditions. Deze stelling is niet steekhoudend nu in strafrechtelijke zin, de in het geding zijnde goederen, zich binnen de spelcontext in de beschikkingsmacht van het slachtoffer bevonden. De motivering van het Hof dat het slachtoffer de feitelijke en exclusieve heerschappij had over de virtuele voorwerpen door in te loggen op zijn account, hij door diefstal in zijn ongestoorde genot van de beschikkingsmacht is getroffen en er aldus een te beperkte invulling is gegeven aan het begrip ‘toebehoren” in artikel 310 Sv., is dan ook begrijpelijk. Dat de aangever door middel van het inloggen op zijn RuneScape-account, bij de door hem verworven amulet en masker kon komen en daardoor het exclusieve gebruiksrecht had over de goederen, is juist.
3.7 Enkel door toedoen van menselijk handelen kunnen het masker en de amulet van de ene speler naar de andere speler overgedragen worden. Daarnaast zijn de virtuele objecten zowel binnen als buiten het spel duidelijk herkenbaar. In het spel is te zien wie de beschikking heeft over het masker en de amulet doordat deze worden weergegeven in het spel en de speler de objecten kan gebruiken. Buiten het spel is te zien wie de beschikking heeft over de objecten aangezien enkel deze speler op een account kan inloggen waar deze objecten op dat moment aan gekoppeld zijn. Door het exclusieve gebruik en de herkenbaarheid zijn deze virtuele objecten te individualiseren.
In onderhavige zaak verloor het slachtoffer zijn exclusieve macht over zijn amulet en masker op het moment dat hij het overhevelde naar de account van verdachten. De verdachte heeft de goederen uit de beschikkingsmacht van de speler ontnomen en in de zijne gebracht. De Hoge Raad acht de context van de wederrechtelijke virtuele toe-eigening van het goed van belang. Deze manier van toe-eigening ligt niet binnen het doel van het spel.
3.8 Als de bezitter van een virtueel object daar waarde aan hecht, impliceert dit niet dat er daadwerkelijk een economische waarde in besloten ligt. Daarom dient in deze zaak ook de objectieve waarde bekeken te worden. Deze objectieve economische waarde is in deze zaak vast te stellen uit de gegevens van voorgaande transacties van veilingsites als eBay. Daaruit blijkt dat de virtuele objecten economisch waardeerbaar zijn en verhandeld worden.
3.9 Uit bovenstaande in onderlinge samenhang volgt dat een virtueel object zoals een amulet of een masker uit het spel RuneScape gekwalificeerd kan worden als goed, in de zin van art. 310 Sr en door de exclusieve beschikkingsmacht van de gebruiker ook kan worden weggenomen.
Het eerste middel faalt.
4. Beoordeling van het tweede middel
4.1 Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Het oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
4.2. Het tweede middel faalt.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Van den Hoven van Genderen als voorzitter, en de raadsheren Bholasing, Bijleveld, Bonnike, Brake, Bree, Bui, During, Geer, Gorkovoi, Groot, Hoorenman, Houben, Ismail, Leeuw, Linden, Milshina, Norden, Offerhaus, Post, Putten, Ras, Schimmel, Schutte, Sijmons, Smelt, Vervelde, Vliet, Weermeijer, Wilson en Yeh, in bijzijn van de waarnemend griffier Lodder, en uitgesproken op 16 september 2011.