Netneutraliteit: belangrijk en ingewikkeld

juli 6th, 2010

Er zijn onderwerpen waar iedereen het over heeft en bijna niemand weet waar het precies over gaat. Netneutraliteit staat momenteel bijzonder in de belangstelling. Strijdkreten als “innovatie onmogelijk”, “censuur”, “einde van internet” vliegen over tafel. In 2004 bepaalde de Hoge Raad (XS4ALL vs. Ab.fab) dat een beheerder van een server verkeer van een derde mag tegenhouden als deze voor onevenredige belasting zorgt (de spam van Ab.fab).[1] Voor Alberdingk Thijm prevaleerde ‘geen boodschap aan de boodschap’, hij was dus voorstander van netneutraliteit: geen onderscheid naar afzender. Naast de bron van de informatie valt onder netneutraliteit ook het niet discrimineren naar inhoud of bestemming. Volgens Bits of Freedom gaat het in de kern over “de situaties en de mate waarin providers zich mogen inlaten met het internetverkeer van hun gebruikers.”[2] Gechargeerd komt de positie van BOF neer op die van absolutists: “(..) favouring absolutely no traffic management, or prioritization, thus leaving the Internet in a type of primordial Garden of Eden.”, een citaat afkomstig uit een prachtig, recent verschenen boek over netwerkneutraliteit.[3]

De iPhone van Apple is het ultieme voorbeeld van totale geslotenheid (dus geen neutraliteit). Ironisch genoeg is Apple ooit groot geworden door openheid. Toen de verkoop van de eerste Apple computers begin jaren tachtig om onduidelijke redenen stegen, bleek de oorzaak van de populariteit een niet door Apple ontwikkeld maar wel toegestaan (openheid) spreadsheet-programma.[4] Dat visies van ondernemingen 180 graden draaien komt bij internetrecht vaker voor. Yahoo zei ten tijde van de bekende Nazi-parafernalia zaak dat ze onmogelijk rekening konden houden met alle jurisdicties. Enkele jaren later gaven ze aan te filteren (discrimineren naar inhoud) in China, omdat ze immers rekening moesten houden met verschillende jurisdicties.[5]

Het demissionaire kabinet laat het innemen van een netneutraliteit-standpunt over aan het volgende kabinet. Transparantie wordt vooralsnog als voldoende gezien.[6] Providers dienen duidelijk te maken op welke wijze zij het internetverkeer ‘reguleren’. Dat is een goed begin. Toegang tot alle content, met de hoogste snelheid, tegen de laagste prijs zou prachtig zijn, maar niet realistisch. iPhone achtig internet is afschrikwekkend, maar ook niet realistisch. In ieder geval moeten communicatievrijheid, privacy en mededinging alsmede de conflicterende belangen van de content providers, netwerk providers en eindgebruikers zorgvuldig worden afgewogen. De kennis van internetjuristen is bij beantwoording van dit lastige vraagstuk onontbeerlijk.

Om op de hoogte te blijven van deze en andere internetrecht-onderwerpen is voor dit tijdschrift een conditio-sine-qua-non. De lezers zullen zich door de veel te late verschijningen de afgelopen periode hebben afgevraagd of ze wel bij blijven en niet nodeloos achterlopen. Dat laatste is zeker bij internetrecht een serieus probleem. Om die reden verheugt het mij te kunnen melden dat vanaf heden de productie soepel zal verlopen en de belangwekkende content zonder onderscheid des persoons, inhoud van de boodschap, ongeacht het type infrastructuur, tijdig wordt afgeleverd.

Arno R. Lodder

(Redactioneel Tijdschrift voor Internetrecht 2010/3)



[1] Hoge Raad 12 maart 2004 (XS4ALL/Ab.fab), Mediaforum 16(4):131-133, 2004, ook verschenen in Van Eijk/Dommering (red.), Jurisprudentie Media- en informatierecht 1976-2005, Ars Aequi.

[2] Bits of Freedom, Position paper netwerkneutraliteit, 5 januari 2010.

[3] C.T. Marsden (2010), Net Neutrality. Towards a co-regulatory solution. New York: Bloomsbury Academic, p. 28.

[4] Zie J. Zittrain, The future of internet and how to stop it, Yale University Press 2009.

[5] Zie J. Goldsmith & T. Wu, Who controls the internet, Oxford University Press 2008

[6] Brief minister van Economische Zaken van 15 maart 2010 (Netneutraliteit).

Er zijn grenzen, maar de lat ligt bij Twitter minder hoog

juli 5th, 2010

Cornald Maas vroeg zich in de Volkskrant van zaterdag 3 juli af:

“Waar liggen nu precies de grenzen bij wat op Twitter wel of niet over de schreef gaat en mogelijk vergaande consequenties heeft.”

Twitter is een openbaar medium. Afhankelijk van de instellingen kunnen tweets alleen door volgers (waar iedereen zich voor aan kan melden) worden gelezen of door de hele wereld. In het geval van Maas gaat het om 3500 volgers, dus ook indien het tot die groep ‘beperkt’ zou zijn is er duidelijk sprake van een in de openbaarheid gedane uiting en is bijvoorbeeld smaad mogelijk.

In de verkiezingsnacht van 9 juni twitterde Maas:

“Grappige exportproducten heeft Nederland: Sieneke, Joran van der Sloot en de PVV”

Maas had eenmalig voor de TROS het Eurovisie songfestival mogen verslaan (nadat hij dit al jaren voor de NOS had gedaan), maar na deze tweet hoeft hij bij de TROS volgend jaar niet meer terug te komen. TROS-directeur Kuipers vond het op één lijn stellen van PVV-stemmers en Sieneke met een moordenaar niet kunnen.

De berichten op Twitter zijn kort en missen om die reden soms aanvullende uitleg of nuancering. De formuleringen in een tweet zullen in de regel ook minder zorgvuldig gekozen zijn dan bij een traditioneel (nieuws)bericht. Je kunt in bovenstaande tweet lezen dat Joran goed kan zingen (of niet) en dat Wilders van de muziek van Sieneke houdt. De samenhang tussen de drie ligt echter uiteraard niet op het niveau van vergelijkbaarheid van de drie als zodanig, maar enkel in de context van het exportproduct.

Stel dat je zegt dat Amsterdam bekend is door hash, hoeren en de kroning van Maxima en Willem-Alexander, dan betekent dit ook niet dat Maxima zich prostitueert of Willem-Alexander blowt.

De gevolgen die de TROS-directeur verbindt aan de tweet van Maas zijn niet te rechtvaardigen. Het vreemde is dat zijn reactie niet direct kwam (emotionele opwelling), maar hij Maas de wacht aan zei ruim twee (!) weken later. Hij had dus even kunnen nadenken over de precieze betekenis van de tweet.

Op Twitter-gebied stond recent ook in de belangstelling de opmerking van Paul de Leeuw (80.000 volgers) tijdens de de koninklijke bruiloft in Zweden. Die was wat saai en de Leeuw twitterde over een Zwarte Saab en ergens inboren, hiermee refererend aan Apeldoorn. Een poging om De Leeuw hiervoor te vervolgen mislukte. Terecht. Wat je verder ook van de tweet vindt, De Leeuw is een komiek en die maken grappen, ook harde. Dat moet kunnen. Net als dat je niet verplicht wordt een conference in Carré bij te wonen, ben je niet verplicht de Tweets te lezen.

Dit alles neemt niet weg dat ook Twitter grenzen kent, de tweets zijn immers in het openbaar gedane uitingen en je kan buiten de besloten kring niet zomaar alles zeggen. Zo kunnen racistische en fascistische tweets zeker over de grens gaan. Die grenzen zullen door de kortheid van de tweet in het algemeen lager liggen.

Arno R. Lodder

Fairoutcomes.com, a great dispute resolution website

mei 25th, 2010

A couple of weeks ago Jim Ring e-mailed that the Amazon catalogue already included the book by John Zeleznikow and me appearing in June 2010 at Cambridge University Press, entitled Enhanced Dispute Resolution Through the Use of Information Technology. Amazon shows the cover, introduction, index, etc. Why still publish paper books one might wonder? I hardly dare to admit that I am not ready yet for e-books. This is in particular strange since I read and write almost everything electronically. The tide is turning though.I published over 25 books and the next one coming out will also appear as an e-book. I love the touch-and-feel of paper books, but they are such a waste of time (viz. production) and cost (and all those trees…). I expect in 10 years time e-books will have become the standard.

Let’s return to the sender of the message. At the Fourth International ODR workshop in San Jose hosted at eBay Jim Ring gave a very interesting presentation ‘Strategic and game theoretic issues relating to traditional and online dispute resolution systems’. He is an attorney but teamed up with amongst others Steven Brams, a famous game theorist. They developed some wonderful systems, Fair Buy-Sell, Fair Proposals, Fair Division, and Fair Reputations. Please check their website, in particular FAIR PROPOSALS – MCV is brilliant in its simplicity.

The system Fair Proposals can be used by anyone having a single issue dispute. By entering just one outcome that is expected to be acceptable to the other party, it forces this party to enter a realistic proposal. The other party is informed and can enter as many outcomes as long it has not settled. If the dispute does not settle, both parties can have their proposal confidentially filed and can use this information in further proceedings to illustrate what the other party was offered and did not accept. An additional incentive to enter realistic proposals (and save time and money).

See also this blog for an informative discussion on this system http://businessconflictmanagement.com/blog/2010/04/game-theory-negotiation-and-the-black-box/

Arno R. Lodder

Webrecht – Ras en Engelfriet van ICTRecht

mei 17th, 2010

Een prachtig boekje Webwinkels Deskundig en praktisch juridisch advies is verschenen in een nieuw te vormen serie over ICT recht, geschreven door Arnoud Engelfriet en Steven Ras, partners van het florerende bedrijf ICTRecht. Het is een bijzonder duo.

Engelfriet is geholpen door technologie de turboreïncarnatie van Simon Vestdijk. Waar Vestdijk zijn typemachine pijnigde om sneller te kunnen schrijven dan God kan lezen, blogt Engelfriet sneller dan God kan denken. Hij spreekt de blogs in en via speech-recognition software wordt deze in leesbare tekens omgezet. De rijkheid van de blogs is ongekend.

Engelfriet wordt wel verweten dat zijn bijdragen niet diep gaan. Dat is in het genoemde boekje ook niet het geval, maar het is ook enkel bedoeld als een – uitstekende - introductie. Ik vind zijn bijdragen in het algemeen ook niet diepgravend, maar zie dat niet als een nadeel. Hij kan alleen zo uitgebreid en goed gedocumenteerd publiceren door zich niet de tijd van grote diepgang te gunnen. Als hij de tijd zou nemen, acht ik hem overigens zondermeer in staat om een goed proefschrift te schrijven.

Ras is al tijdens zijn studie begonnen met het bedrijfje ICTrecht. Hij is een ondernemer in hart en nieren. Toen hij een jaar of 5 geleden bij mij het college e-commerce had gevolgd, kwam hij een week later met het idee een dienst op te zetten die websites zou controleren op het naleven van de wettelijke informatieplichten. Het bleef niet bij het idee, maar hij ontwikkelde gelijk ook daadwerkelijk de dienst. Ik weet niet zeker of deze dienst al ICTrecht heette, maar inmiddels is ICTrecht dus een serieus bedrijf met rond de 10 medewerkers.

En het boekje is dus als gezegd het eerste in een serie. Ik zie uit naar de volgende deeltjes.

Arno R. Lodder

Krantenarchief op internet: integriteit boven kwaliteit? (of, waarom zou je, tenzij je geen kwaliteitskrant wilt zijn, flagrante onzin in standhouden?)

april 9th, 2010

In de Volkskrant van 3 april 2010 schreef De ombudsman Thom Meens Het archief is heilig, zegt de rechter. De rechter is begrijpelijk terughoudend met het opschonen van archieven van kranten na klachten over onjuiste of anderszins voor een betrokkene bezwarende informatie. Een toewijzing van de eis zou een stroom aan verzoeken kunnen veroorzaken.

Enkele jaren terug was de eerste treffer in Google bij het intikken van een naam een ontslagzaak wegens porno kijken op het werk. De uitspraak was afkomstig uit Jurisprudentie Internetrecht uit 2003 en gescand door Google. De redacteuren van de uitsprakenbundel begrepen het probleem dat de man had, en hielpen om de content uit Google te krijgen. Dit is een goede illustratie van het verschil tussen een papieren boek (waar hooguit enkele honderden juristen de zaak van de man konden vinden) of het ontsluiten van deze informatie in een zoekmachine (waar iedereen die de man kent en zijn naam intikt van de zaak kan kennisnemen).

Hetzelfde geldt voor de ingezonden brief van 15 jaar geleden die nu opeens ontsloten wordt via internet. Een in de beslotenheid van een lokaal sufferdje in boosheid geschreven brief, kan opeens wereldwijd bekeken worden.

Tegenwoordig moeten geïnterviewden en brievenschrijvers, zich de impact van hun uitingen te realiseren. Voor deze woorden geldt door hun verschijning op internet: “Eens gegeven, blijft gegeven”. Moet dit onder alle omstandigheden zo zijn? De Raad voor de Journalistiek deed een jaar geleden een uitspraak waarbij pertinente en aantoonbare onjuistheden in krantenberichten niet gewijzigd werden in het archief. In dergelijke gevallen wordt mijns inziens een grens overschreden.

Er is een eenvoudige technische oplossing! In papieren kranten kan een rectificatie het oorspronkelijke bericht onmogelijk veranderen. In een elektronische versie kan dat wel. Je kan de tekst wijzigen en vanaf dat moment is dan alleen de gerectificeerde tekst te lezen. Er is echter een betere oplossing, namelijk één waarbij de integriteit van het archief behouden blijft. Door in een PDF-bestand een opmerking bij een te rectificeren passage op te nemen, of in een ander formaat de oorspronkelijke tekst door te strepen en te vervangen door de nieuwe.

Wat betreft ingezonden brieven zijn er andere complicaties. In de eerste plaats de redactieslag. Anderhalf jaar geleden kreeg een ingezonden stuk in NRC de kop Censuur erger dan kinderporno. Het is een aandachtstrekker, maar verwoordde geenszins de visie van de auteurs. Een auteur zal zich in een geredigeerd stuk niet altijd herkennen, maar de bijdrage is onder zijn naam wel gemakkelijk vindbaar. Zo schreef een collega dat een bepaalde maatregel niet paste in een democratische rechtsstaat (normatief oordeel over de inhoud), maar dit werd vanwege een onjuist citaat in een krantencolumn in een groot aantal media aangehaald als “niet democratische maatregel” (oordeel over de wijze van tot stand komen).

Een ander probleem is dat in een brief uitingen over anderen kunnen worden gedaan. Als op de naam van deze personen gezocht wordt, kan onjuiste informatie hoog op de trefferlijst komen. Niet iedereen is in staat om dergelijke informatie te relativeren. In die gevallen zou een rectificatie (of aanvulling) zoals boven aangegeven mogelijk moeten zijn.

Een alternatief is om de brievenrubriek niet de indexeren. Een eenvoudige ‘no robots.txt’-bestandje bij de brievenrubriek zou hiertoe volstaan, in ieder geval Google zou dan niet meer indexeren. Ingezonden brieven zijn over het algemeen minder genuanceerd dan normale berichten, dus is er wat voor te zeggen de krant wel te laten indexeren door zoekmachines en de brievenrubriek niet.

Het blijft een bijzonder lastig probleem, informatie op internet over jezelf, vooral als die door anderen erop geplaatst is. Definitieve oplossingen dienen zich nog niet aan, maar het leed kan door de zojuist voorgestelde maatregelen voor wat de krant betreft in ieder geval verzacht worden.

Arno R. Lodder

april 9th, 2010

Cassatie besloten Hyves profiel (en kastje naar de muur Rb. Assen vonnis)

maart 22nd, 2010

Eerder (11 januari 2010 en 5 augustus 2008) berichtte ik over de “Besloten” Hyves-profiel zaken. In de laatste blog eindigde ik met:

“Ik ben benieuwd wat de Hoge Raad beslist als in een van deze zaken gecasseerd wordt. Ik hoop genuanceerd en de mogelijkheid tot beslotenheid open latend.”

Vandaag hoorde ik dat er cassatie is ingesteld, in mijn zoektocht naar het vonnis van de Rechtbank Assen van 4 augustus 2008.

In een binnenkort te verschijnen annotatie voor het Tijdschrift voor Internetrecht meldde ik dat helaas het vonnis van de Rechtbank Assen niet op rechtspraak.nl te vinden is. Een van de redactieleden verwees naar een berichtje uit de rubriek strafrecht van Computerrecht eind 2008, waar Kaspersen aangaf dat hij informatie uit de populaire media putte omdat er enkel een (schriftelijke aantekening) mondeling vonnis was. Ook de redactie van Computerrecht verwees vorige week naar aanleiding van het artikel “Schadelijke en ongewenste informatie op sociale netwerksites” naar het berichtje van Kaspersen.

Nu heb ik altijd begrepen, en ben begin dit jaar daar nog in bevestigd door oud-rechter en voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak Joost van Dijk, dat op het moment dat beroep wordt aangetekend tegen een Politierechter vonnis er alsnog een schriftelijke uitwerking van het vonnis wordt gemaakt. Daar ben ik dus naar op zoek gegaan.

Eerst de Rechtbank Assen gebeld. De eerste medewerker kon het niet vinden en verbond me door met de strafsector. Die gaven aan dat het parketnummer van deze Rechtbank Assen zaak (zoals vermeld in het arrest van het Hof Leeuwarden) niet juist was en dat omdat er beroep was ingesteld het vonnis inmiddels in Leeuwarden zou zijn. Bij het Hof Leeuwarden diende ik schriftelijk mijn verzoek te doen.

Vervolgens belde ik het hof Leeuwarden en werd ik na mijn vraag gesteld te hebben doorverbonden met het OM. Die adviseerden mij een fax te sturen met mijn vraag. Een uur later werd ik gebeld. Dat ik toch echt naar de Rechtbank Assen moest. Toen ik aangaf dat die me juist naar hun hadden doorverwezen vanwege dat het vonnis in Assen niet meer was (toch wel een duidelijk nadeel van ‘papieren’ rechtspraak), zei ze dat in Assen in ieder geval een kopie moest zijn. Ik heb mijn  poging verder gestaakt, maar wist nu wel dat er cassatie is ingesteld. In Leeuwarden hadden ze blijkbaar geen kopie, het origineel was in ieder geval naar Den Haag gegaan vanwege de cassatie.

Arno R. Lodde

Naakte kleuter, walking down the street(view)

maart 19th, 2010

Een kleutertje loopt niets vermoedend het openbare toilet uit met de broek nog op zijn hielen, FLITS, de camera’s van Google streetview vereeuwigen deze blote billen pose. Niets aan de hand zou je denken. Toch wel. Ophef in Engeland, waar het voorval zich voordeed. En in Nederland zijn er Kamervragen over gesteld, naar aanleiding van een bericht in de Telegraaf. Uit dit bericht:

“Privacy-activisten zijn bang dat de dienst pedofielen nieuwe kansen geeft om foto’s of slachtoffers te zoeken.”

Privacy wordt in veel gevallen met de voeten getreden, maar de ophef die gemaakt wordt raakt niet altijd aan de kern (zoals recent bij de Bodyscans op Schiphol). Als namelijk een willekeurige pedofiel een dagje op het strand loopt of een andere waterplek kan hij, eventueel met een onzichtbare, kleine camera, een hele serie naaktfoto’s maken. Dus of ze zin hebben om Google streetview af te struinen vraag ik me af. Daar lijkt me ook niet een groot gevaar in gelegen. Zeker niet voorzover het slachtoffers betreft, laat ze die vooral op Streetview zoeken (en niet in de werkelijke wereld).

Een interessantere vraag is of we deze exploitatie van de openbare ruimte wenselijk vinden. Zelf heb ik er niet direct problemen mee, maar vind wel dat voorzover anderen dat wel hebben hun wensen zo goed mogelijk gerespecteerd dienen te worden. De kwestie illustreert mooi welke impact internet heeft. Normaal zou de kleuter door enkele omstanders toegelachen zijn en wellicht nog nu en dan terugkomen in een gesprek. Het plaatsen van de foto op internet plaatst de handeling in een heel ander daglicht. Daar blijft hij voor eeuwig zichtbaar, tenzij de foto wordt verwijderd. Iets wat Google streetview overigens vrij vlot doet. In een binnenkort te verschijnen artikel in het Tijdschrift voor Internetrecht van Merab Samii & Van der Linden over Streetview wordt, terecht, aangegeven dat Google een soepel take-down beleid moet hebben.

Een van de Kamervragen raakt een gevoelig punt:

Deelt u de mening dat het de omgekeerde wereld is dat personen moeten aangeven dat ze van Google street view af gehaald willen worden in plaats van dat foto’s van personen niet door Google mogen worden gebruikt?

Steeds vaker verschijnen foto’s op internet waar een van de geportretteerde niet op zit te wachten. Niet altijd zal hij/zij zich hier juridisch tegen kunnen verzetten, maar ook hier is een soepel beleid (en nadenken voordat foto’s worden geplaatst) van de plaatser van belang. Over ongewenste content verschijnt binnenkort een artikel in Computerrecht, toegespitst op sociale netwerksites, maar het probleem is veel breder (zie in het algemeen mijn presentatie tijdens GiKii 2009). Het is een bijzonder boeiend internetrecht vraagstuk en lastig oplosbaar.

Arno R. Lodder

Melkkoe Blokker: 30 dagen tegoed bon bij ruilen

maart 12th, 2010

Onlangs stond er bij de kassa van Blokker een man te wapperen met zijn tegoedbon, hij wilde deze gebruiken om iets te kopen. De caissières waren onvermurwbaar: de bon was 30 dagen geldig en er waren inmiddels meer dan 40 dagen verstreken. Dergelijke bonnen krijg je als je een product ruilt. Niet je geld terug, maar een tegoedbon. Op zich niks mis mee, maar om de termijn waarbinnen je deze in kan wisselen te maximeren op 30 dagen komt onredelijk voor. Als de man niet volhardt had, was hij 15 euro lichter geweest.

Een mooi moment was toen een van de caissières zei dat de kassa de bon ook niet zou accepteren, hij had gewoon eerder moeten komen. De man zei dat hij begreep dat de kassa dat deed, maar dat mensen toch konden praten. Hij was namelijk in de tussenliggende periode al twee keer bij Blokker geweest, maar het product dat hij wilde hebben was er steeds niet. Zelfs zonder dit tussentijds bezoek zou het mogelijk moeten zijn om na meer dan 30 dagen de tegoed bon in te wisselen.

Deze praktijk doet denken aan de mogelijkheid tot onteigenen in een virtuele wereld zoals Second Life, ook zonder compensatie. Het is jouw geld, maar slechts tijdelijk. Verschil tussen Second Life en Blokker is dat bij Blokker van te voren al aangegeven is dat je geld verdampt na 30 dagen. Bij Blokker.nl ben je er beter aan toe. Wettelijk recht op retour geeft recht op geld terug (art. 7:46c BW). Als consument ben je dus beter beschermd online dan in de fysieke wereld.

Ik bleef even wachten tot de tussenbeide komende manager bereid bleek de tegoedbon te innen. Buiten sprak ik nog even met de man en die gaf aan dat er regelmatig mensen boos weggingen zonder succes. Een melkkoe, bijzonder onsympathiek en juridisch op zijn minst twijfelachtig.

A.R. Lodder

Informatievrijheid en privacy of censuur voor Google?

maart 1st, 2010

Hebben internet hosting providers nog een toekomst? Misschien niet in Italië.

In een bijdrage van Marie-Jose Klaver in NRC Weblog is aandacht gegeven aan twee kwesties die voor de Italiaanse rechtbank speelden en de kwetsbare balans van informatievrijheid controle en bescherming van persoonlijke levenssfeer betreffen . In de eerste kwestie diende Google direct alle geuploade video’s van het Italiaanse mediaconglomeraat Mediaset, eigendom van Berlusconi (toeval?), van YouTube verwijderen. Verder staat hen naar alle waarschijnlijkheid nog een stevige claim te wachten.

De andere zaak betreft de veroordeling van drie employees  van Google tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf voor in strijd handelen  met de Italiaanse privacywet  voor het uploaden van een telefoon-filmpje over de mishandeling van een geestelijk gehandicapte jongen door drie jongens. Deze video is door de jongens zelf op Youtube in 2006 geupload en door Google na waarschuwing al drie uur na publicatie van YouTube verwijderd. De drie directieleden van Google – David Drummond, Peter Fleischer en George Reyes, worden vreemd genoeg persoonlijk aangesproken op het feit dat ze niet (snel genoeg) hadden gehandeld.

De kwestie waar het in deze om gaat is of een internet hosting provider die ruimte biedt aan een vrije meningsuiting door publicatie van  films of andere uitlatingen de verantwoordelijkheid heeft om al die inhoud te controleren?

Volgens Europese en nationale regelgeving (De Europese e-commerce richtlijn en het burgerlijk wetboek (6:196c BW)) zijn zogenaamde hosting providers, niet aansprakelijk voor de inhoud van het materiaal dat de gebruikers plaatsen. Laat staan dat daar een privacy manager en de marketing directeur van het bedrijf op aangesproken zouden kunnen worden. Wel hebben de hosting providers de plicht om als zij op de hoogte worden gebracht van onrechtmatige inhoud, deze zo snel mogelijk te verwijderen. Het lijkt mij dat Google daar in dit geval heeft voldaan.

Deze bepaling is juist zo belangrijk omdat degene die ruimte biedt aan de vrijheid van informatie en meningsuiting door het bieden van een platform dat hij niet controleert niet kan worden aangesproken op die inhoud. Ook een zoekmachine of een telecommunicatiebedrijf die zorgt voor de communicatie mag niet op de gevonden resultaten of de inhoud van de getransporteerde informatie worden aangesproken.

Wie zou het in zijn hoofd halen om een transportbedrijf op te dragen om al de inhoud van zijn pakjes te controleren of een messenfabrikant te zien als een medeplichtige aan de moord die met zijn keukenmes is gepleegd?

Google heeft de verstandige stap genomen om in beroep te gaan. Het zou goed zijn voor de vrijheid op internet en de vrijheid van meningsuiting en de geloofwaardigheid van het Italiaanse rechtssysteem als deze uitspraak van de Milanese rechtbank zo snel mogelijk zou worden vernietigd.

 

Rob van den Hoven van Genderen